Stand van zaken MIG

Hieronder de tekst van een brief van VROM over de stand van zaken rond MIG, ongedateerd, waarschijnlijk juli 2002

Het is de afgelopen maanden erg stil geweest rond het wetsvoorstel Modernisering Instrumentarium Geluidbeleid (MIG). Dit wil echter niet zeggen dat het werk niet is doorgegaan. Met deze brief wil ik u graag informeren over de huidige stand van zaken. 

MIG 

De Raad van State heeft op 22 maart 2002 een advies op het wetsvoorstel uitgebracht. Naar aanleiding van dit advies is een zogenoemd ‘nader rapport’ opgesteld en zijn het wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting op een aantal punten aangepast. Op 21 juni 2002 heeft het demissionaire kabinet-Kok besloten de behandeling van het aangepaste wetsvoorstel over te laten aan het nieuwe kabinet. 

Het advies, het aangepaste wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting worden gepubliceerd als het nieuwe kabinet heeft besloten het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer aan te bieden. Tot die tijd zijn de stukken niet openbaar. De hoofdlijnen (zie bijlage) van het stelsel, zoals die eerder in overleg met veel belanghebbenden zijn besproken, zijn niet wezenlijk veranderd. 

De verwachting is dat bij de discussies over het wetsvoorstel de komende maanden in het bijzonder de aandacht zal uitgaan naar de financiële problematiek die al bestaat onder de vigerende Wet Geluidhinder. Het gaat om de kosten die moeten worden gemaakt om de geluidsituatie die door de grote verkeersgroei op een aantal locaties hoger is dan werd verwacht, terug te brengen op het vereiste normniveau. Dit ‘handhavingsgat’ is ook een knelpunt bij de invoering van een nieuw stelsel. 

Zodra bekend is hoe het nieuwe kabinet met het huidige wetsvoorstel zal omgaan, wordt u hierover geïnformeerd. Ook deelnemers aan de Klankbordgroep krijgen dan informatie over de voortzetting van hun activiteiten.

EU-richtlijn omgevingslawaai 

Het Europees Parlement heeft in mei 2002 een richtlijn aangenomen voor de bestrijding van omgevingslawaai. De richtlijn bevat de volgende elementen: 

De ontwerprichtlijn heeft in de eerste plaats betrekking op grote stedelijke agglomeraties (>250.000 inwoners) en op grote infrastructurele geluidbronnen.Naar verwachting zal de richtlijn in juli 2002 verschijnen in het Publicatieblad van de EU. Binnen twee jaar na deze publicatie zal Nederland de richtlijn moeten uitwerken in nationale regelgeving. 

Bij de vormgeving van het nieuwe Nederlandse geluidstelsel is zoveel mogelijk met de richtlijn rekening gehouden. Het Ministerie van VROM is begonnen met de voorbereiding van de implementatie. De tekst van de richtlijn is op internet op te vragen via de link: http://europa.eu.int/comm/environment/noise/commontext.htm  

Organisatie en communicatie 

De voorbereiding van zowel het stelsel MIG als de EU-richtlijn is binnen het Ministerie van VROM in handen van de Directie Lokale Milieukwaliteit en Verkeer, afdeling Leefomgevingskwaliteit. Met ingang van 15 mei is projectleider Petra Loeff opgevolgd door Peter Kiela. Ook programmasecretaris Marlies Veenstra heeft een nieuwe taak binnen het Ministerie van VROM gekregen. Zij wordt met ingang van 1 september opgevolgd door Jitske Pultrum. Tot die tijd wordt het secretariaat waargenomen door Janneke Tanja, tel. 070 - 339.3309 of via e-mail mig@minvrom.nl . De nieuwsbrief MIGBERICHT die u tot nu toe ontving zal worden vervangen door informatie via de website van het ministerie van VROM, www.vrom.nl/geluidhinder. Een site dus om goed in de gaten te houden, voor nieuws over zowel MIG als de EU-richtlijn omgevingslawaai. 

Met vriendelijke groet, drs. P. Kiela projectleider

BIJLAGE: DE HOOFDLIJNEN VAN HET NIEUWE NEDERLANDSE GELUIDSTELSEL 

De uitgangspunten 

Het nieuwe geluidstelsel gaat er vanuit dat bij een bepaald gebied een bepaalde geluidskwaliteit hoort, (mede) afhankelijk van de functie van dat gebied. In het stelsel wordt geluidbelasting gezien als één van de aspecten die de leefkwaliteit in een gebied bepalen. Er is daarom nauwe samenhang met het ruimtelijk beleid. De gemeente is het best toegerust om dat beleid te voeren. 

Geluidskwaliteit, -bronnen en -plafonds 

In het nieuwe stelsel bepaalt de gemeente voor elk deel van haar grondgebied welke geluidssituatie bij dat gebied past, dat is de geluidskwaliteit per deelgebied. De gemeente zorgt ervoor dat de verschillende geluidsbronnen (bijvoorbeeld wegen, bedrijventerreinen) in die geluidskwaliteit worden ingepast. Voor veel belangrijke bronnen wordt een geluidproductieplafond vastgesteld. 

Het geluidbeleidsplan 

De gemeente maakt een geluidbeleidsplan waarin zij vastlegt welke geluidbelasting zij per deelgebied acceptabel vindt. 

Richtwaarde, ambitie en grenswaarde 

Het stelsel gaat voor woongebieden uit van een landelijk geldende richtwaarde van (waarschijnlijk) 50 dB(A). De gemeenten stellen een geluidbeleidsplan vast waarin zij per deelgebied een ambitie formuleren. Zij moeten er verantwoording over afleggen wanneer zij daarbij in woongebieden een hogere geluidbelasting toelaten dan de richtwaarde van 50 dB(A). Daarnaast moeten gemeenten, provincies en rijk zich houden aan de wettelijk vastgelegde bovengrens van geluidbelasting, de grenswaarde (waarschijnlijk 70 dB(A)). 

Het geluidproductieplafond 

Voor elke rijks- en provinciale geluidsbron wordt een ‘geluidproductieplafond’ vastgesteld. Het gaat dan vooral om rijks- en provinciale wegen, spoorwegen en regionale bedrijventerreinen. Rijk en provincies zijn elk verantwoordelijk voor de bronnen die zij beheren. Zij moeten dus zorgen dat de geluidproductie het plafond niet overschrijdt. Zij kunnen daar tal van middelen voor inzetten, afhankelijk van het type bron. Gemeenten mogen zelf bepalen of zij voor gemeentelijke bronnen zoals drukke gemeentelijke wegen of bedrijventerreinen een geluidproductieplafond vaststellen.

Bron: Met hartelijk dank aan Erik Roelofsen, gemeente Apeldoorn, die Geluidnieuws op deze brief, afkomstig van de website van VROM, attendeerde. 

home...