Ringonderzoek geluid: de eerste resultaten

Gerald van Grunsven en Michiel de Ruiter, Provincie Noord-Brabant (bureau Milieumetingen), mei 2007

Medio 2006 heeft het bureau Milieumetingen van de provincie Noord-Brabant een ringonderzoek georganiseerd. Via o.a. geluidnieuws.nl is een oproep gedaan aan alle vakdeskundigen om deel te nemen aan dit unieke exepriment. In het ringonderzoek stond de reproduceerbaarheid van de geluidanalyses centraal waarmee uitsluitend aandacht was voor de invloed van de gebruikte meetapparatuur en de uitvoerder op de totale meetonzekerheid. De invloed van de representativiteit van de te meten geluidbron en geluidoverdracht zijn bewust buiten beschouwing gelaten. Hieraan wordt in het vervolgonderzoek (najaar 2007) aandacht besteed.

Opzet ringonderzoek

Aan het ringonderzoek hebben 16 instellingen deelgenomen waaronder (provinciale) overheden, samenwerkingsverbanden en akoestische adviesbureaus. Ten behoeve van dit onderzoek is aan de deelnemers verzocht om specifieke en ondubbelzinnige geluidanalyses uit te voeren zoals de bepaling van het (breedbandige) equivalente geluidniveau LAeq, het maximale geluidniveau LAmax en het achtergrondgeluidniveau LA95 van veel voorkomende (lees: alledaagse) geluiden. Hiertoe zijn aan de betreffende deelnemers geluidopnames voorgelegd variŽrend van wegverkeerslawaai, impulsachtig geluid, landelijke omgeving (relatief laag geluidniveau), industriŽle omgeving (relatief hoog geluidniveau), motorcross, roze- en witte ruis (bouw-/zaalakoestiek) tot tonaal geluid. Vervolgens zijn de resultaten door het bureau Milieumetingen van de provincie Noord-Brabant verzameld en statisch verwerkt tot (groeps)gemiddelden en bijbehorende standaardafwijkingen. Het resultaat van deze statistische exercitie is vervolgens vergeleken met het in ISO/DIS 1996-2 gehanteerde beoordelingscriterium ten aanzien van de meetonzekerheid welke het gevolg is van de gebruikte meetapparatuur en de bediening hiervan (conform eerste kolom onderstaande tabel uit ISO/DIS 1996-2). Tot slot zijn de resultaten in een (anonieme) samenvattende rapportage opgenomen waarin de prestaties van de afzonderlijke deelnemers door middel van lettercodering uitsluitend voor de desbetreffende deelnemer zelf zichtbaar is.

Invloed meetapparatuur (en bediening hiervan)

Op basis van het ringonderzoek kan ten aanzien van de invloed van de gebruikte meetapparatuur en bediening hiervan het volgende geconcludeerd worden. In de bepaling van het equivalente geluidniveau LAeq vanwege wegverkeerslawaai, industrielawaai en motorcrossgeluid bedraagt de standaardafwijking ca. 0,2 dB(A). Bij de overige geluiden (landelijke omgeving, witte/roze ruis, tonaal geluid) blijft de standaardafwijking in de bepaling van het LAeq beperkt tot 0,4 dB(A).

De bepaling van de statistische parameter L95 vindt plaats met een bijbehorende standaardafwijking welke varieert tussen 0,2 dB(A) bij een relatief hoog geluidniveau (lees: industriŽle omgeving) tot 0,6 dB(A) bij een relatief laag geluidniveau (lees: landelijke omgeving). De bepaling van het maximale geluidniveau LAmax vindt plaats bij een standaardafwijking welke beperkt blijft tot 0,4 dB(A).

Hiermee voldoet het groepsresultaat (reproduceerbaarheid) ruimschoots aan het beoordelingscriterium uit ISO/DIS 1996-2 te weten een standaardafwijking behorende bij de reproduceerbaarheid (van de resultaten van de metingen) welke beperkt blijft tot maximaal 1 dB(A).

En nu verderÖ

Uiteraard wordt de totale meetonzekerheid niet uitsluitend bepaald door de gebruikte meetapparatuur en de bediening hiervan. Een andere, en naar alle waarschijnlijkheid veel grotere invloed, wordt gevormd door enerzijds de representativiteit van de (variŽrende) geluidbron en anderzijds de overdrachtsomstandigheden (invloed windrichting en -snelheid alsmede bodem- en luchtdemping). Deze invloeden worden weergegeven door respectievelijk de letters X en Y in de bijgevoegde tabel uit ISO/DIS 1996-2. Om hierop een antwoord te kunnen geven wordt in september / oktober van dit jaar een aanvullend ringonderzoek georganiseerd waarbij metingen in het veld zullen plaatsvinden. Als de te meten geluidsbron wordt vooralsnog gedacht aan een (drukke) snelweg. Hieraan zal bewust niet gelijktijdig worden gemeten om zo de invloed van variabele broneigenschappen (lees: niet constante verkeersintensiteit en snelheid) en die van de geluidoverdracht (invloed meteo en bodem) over afstanden tot zoín 400 meter te kunnen bepalen.

GeÔnteresseerden kunnen contact opnemen met Gerald van Grunsven (tel. 073 Ė 680 8015, E-mail: GvGrunsven@brabant.nl) of Michiel de Ruiter (tel. 073 Ė 680 8406, E-mail: MdRuiter@brabant.nl) van het bureau Milieumetingen van de provincie Noord-Brabant. Deelname aan het vervolg(ring)onderzoek staat open voor allen die werkzaam zijn in het vakgebied geluid en is dus niet uitsluitend bestemd voor de instellingen welke hebben deelgenomen aan het eerste onderzoek.

home...