ProRail geeft toelichting op Beleidsregel Trillingshinder Spoor

Carel Ostendorf, 27 juni 2014

Dat de Beleidsregel Trillingshinder Spoor (BTS) is vernieuwd, is voor u geen nieuws meer. In de vorige editie van Geluidnieuws, is hierover namelijk uitgebreid bericht. Toch wilde ProRail meer dialoog met het werkveld en daarom had ze de adviesbureaus van Nederland, op het gebied van trillingen, uitgenodigd om bijgepraat te worden over de vernieuwde BTS. We waren op 17 juni dan ook te gast in een sfeervolle zaal in de Inktpot in Utrecht. Stefan Jak en Jan van den Brink (beide ProRail) gaven een inleiding over de trillingsproblematiek waarna Arnold Koopman (Level Acoustics) inhoudelijke uitleg gaf over de vernieuwde BTS. Er was ook een tussendoortje over de Maatregelencatalogus spoortrillingen.

Hinder

De opening was voor Stefan Jak. Hij vertelde dat railverkeer een belangrijke oorzaak is voor slaapverstoring en hinderbeleving. Het gaat daarbij niet alleen om nieuw spoor maar ook over bestaand spoor. De inspanningen van ProRail om de trillingshinder in de greep te krijgen, zijn op dit moment vooral gericht op trajecten waar een verandering plaatsvindt. Ook de BTS is alleen van toepassing voor trajecten waar een Tracébesluit voor nodig is. De BTS is wel een opmaat naar meer algemenere wetgeving over trillingen.

BTS

Jan van den Brink ging daarna in op het ontstaan van de BTS (2012) en de reden waarom de BTS nu vernieuwd is. Dat laatste is gelegen in de uitspraken van de Raad van State in 2013 inzake de Tracébesluiten Sporen in Utrecht (SIU) en Sporen in Arnhem (SIA). De Afdeling vond de BTS te kort schieten op de volgende punten:

  • De incidentenregeling was te ruim omschreven;
  • De 2% regeling was onvoldoende onderbouwd;
  • Er ontbrak een harde bovengrens aan de trillingssterkte.

In de vernieuwde BTS zijn deze zaken gerepareerd. De regeling is aangepast op een aantal punten:

  • De incidentenregeling is geschrapt;
  • De 2% regeling is vervangen door een andere verwerkingsmethode;
  • Er is een bovengrens aan Vmax opgenomen van 3,2;
  • Er is een verdere invulling aan het doelmatigheidscriterium gegeven.

Daarna was het woord aan Arnold Koopman die de veranderingen van de BTS heeft toegelicht.

Inhoudelijke toelichting BTS

De presentatie van Arnold viel uiteen in 2 delen: in het eerste deel gaf Arnold uitleg over de BTS en gaf hij de aanwezigen de gelegenheid vragen te formuleren die in het tweede deel van zijn presentatie dan beantwoord werden. Tussendoor was er een pauze en een korte lezing over de Maatregelencatalogus.

De vernieuwde BTS bevat twee in het oog springende wijzigingen namelijk een nieuwe statistische verwerkingsmethode van de meetdata en de mogelijkheid om lang durende metingen op de fundering van de woning uit te voeren in plaats van op de vloer in de woning. Arnold ging dan ook uitgebreid in op deze aspecten aan de hand van een memo van Level Acoustics waarnaar in de tekst van de vernieuwde BTS wordt verwezen.

De nieuwe meet- en verwerkingsmethode is vooral gericht op een verbetering van de reproduceerbaarheid van de metingen zonder dat er een grote gevoeligheid voor uitschieters in de trillingssterkte optreedt. Bovendien wilde men de voor -na metingen beter vergelijkbaar maken zodat de effectiviteit van trillingsreducerende maatregelen beter kan worden vastgesteld.

De reproduceerbaarheid R dient kleiner te zijn dan 10%. Als de reproduceerbaarheid na 1 week meten groter is dan 10%, dan kan men door meten om zo meer meetdata te verkrijgen waardoor de reproduceerbaarheid van de meetresultaten kleiner wordt dan 10% of men neemt zijn “verlies” en verrekent de slechtere reproduceerbaarheid in de toetsingswaarde. Er dient dan een soort straffactor te worden toegepast.

De metingen in de woningen (zoals gevraagd in de oude BTS en de SBR richtlijn B voor hinder), kan in de praktijk voor de nodige praktische problemen leiden door bijvoorbeeld stoortrillingen van de bewoners. Ook is het niet praktisch als meetapparatuur een week lang in de woonkamer staat opgesteld. Daarom is een methode opgenomen waarmee de overdracht van fundering naar de vloer op basis van een kortere meting wordt bepaald en vervolgens de duurmeting van een week (of langer) op de fundering wordt uitgevoerd.

Na de uitleg van Arnold was het tijd om vragen te verzinnen. Per zitrij mochten de aanwezigen hun vragen formuleren. De geboden discussietijd werd goed benut. In de verschillende clubjes kwam een levendige discussie op gang en het kostte Stefan de nodige moeite om iedereen weer terug bij de les te krijgen.

Vragen, antwoorden en advies

Na de pauze nam Arnold de tijd voor de beantwoording van vragen. Veel vragen (en de nodige discussie) gingen over de bepaling van de overdracht tussen fundering en vloer. De vernieuwde BTS noemt een verplichte meetperiode van minimaal één week maar de overdracht mag worden bepaald op basis van een veel kortere meting. Een dagje is volgens Arnold wel voldoende. Daar was een aantal deskundigen in de zaal het toch niet mee eens.

Ook de bepaling van de frequentieafhankelijkheid van de overdracht kon rekenen op de nodige kritische vragen. Het feit dat gebruik mocht worden gemaakt van de dominante frequentie bepaald op basis van SBR richtlijn A om de maatgevende oktaafband op de fundering te bepalen, vond een aantal deskundigen ook onvoldoende. Arnold beëindigde deze discussie door te zeggen dat de BTS een soort minimale methode geeft die uitvoerbaar is met veel standaard meetapparatuur maar dat het de onderzoeker vrij staat om de overdracht nauwkeuriger op basis van langer durende spectrale metingen te bepalen. Afwijkingen van de BTS methode levert echter wellicht weer ongewenste afwijkingen op bij een voor-na meting.

Omdat de nieuwe verwerkingsmethode de mogelijkheid biedt om langer te meten dan 1 week (om de straffactor bij de beoordeling te ontlopen), kan de meetduur sterk toenemen. Afgezien van de commerciële consequenties die hieraan kunnen zijn verbonden, leidde dit ook tot de vraag wat over het algemeen een voldoende lange meetduur is. Arnold antwoordde hierop dat naar zijn ervaring een meetduur van 1 maand meestal genoeg is. ProRail gaf het advies mee om niet te snel te stoppen met meten maar om bijvoorbeeld voor een paar meetpunten 1 week te meten en voor enkele andere meetpunten 1 maand door te meten. De adviesbureaus schreven dit advies graag op.

Ook Vper (de gemiddelde trillingssterkte) kwam in de nodige vragen aan bod. De beoordelingswijze van Vper is niet veranderd in de nieuwe BTS. De Vper is buiten de reparatie gehouden.

Intermezzo

Voor de vragen en antwoordenronde van Arnold mocht Carel Ostendorf, namens het projectteam Grontmij – DPA Cauberg-Huygen, een korte toelichting geven op de Maatregelencatalogus Trillingen die voor ProRail wordt opgesteld. De catalogus bevat een verzameling trillingsreducerende maatregelingen waarvan de eigenschappen (effect, kosten, levensduur) in een database zijn vastgelegd. Carel liet de opbouw van de database zien en vroeg de aanwezigen om te reageren. Een schema van de database zal door ProRail daarom nog aan de aanwezigen worden toegezonden.

Tijdens de samenstelling van de catalogus is veel literatuur verzameld en bestudeerd. Het blijkt echter dat ervaringen met trillingsreducerende maatregelen aan de ontvangerkant (gebouwen) slecht vertegenwoordigd zijn in de huidige literatuur. Daarom volgde een tweede oproep aan de aanwezigen om hun projectervaringen op dit gebied te delen. Grontmij heeft hiertoe een website opengesteld waar mensen een reactie achter kunnen laten.

Afsluiting

De middag werd afgesloten door Stefan Jak die met een kort dankwoord de sprekers bedankte voor hun bijdragen en de aanwezigen voor hun inzet en deelname aan de discussies.

Of de vernieuwde BTS een lang leven beschoren is, zullen we weten als na de zomer een nieuwe uitspraak volgt van de Raad van State over de tracébesluiten in Zevenaar, Utrecht en Arnhem. De aanwezigen waren in ieder geval positief gestemd over de middag.