Interview Theo Campmans - LBP|Sight en NAG

Ruben van Moppes, juni 2018

"Als ik het voor het zeggen had, zou ik nog meer naar nut en noodzaak van allerlei activiteiten kijken. We zijn nu vaak lawaai aan het beheersen van activiteiten die in mijn ogen vrij nutteloos zijn."

Aan het woord is Theo Campmans, vanuit Nieuwegein waar hij al jaren werkt bij adviesbureau LBP|Sight, maar daarnaast ook in het bestuur zit van het Nederlands Akoestisch Genootschap en gastdocent is op de Universiteit Twente. Hoe denkt hij over de geluidwereld, wat kan er zoal beter?

Hoe ben je in de geluidwereld terecht gekomen, en wat deed je daar zoal de eerste jaren?

"Ik heb van 1980 t/m 1986 Werktuigbouwkunde gestudeerd aan de universiteit Twente. Mijn eerste werkgever was TPD-TNO in Delft, waar ik begon als junior onderzoeker Industrielawaai. Dat was nog in de tijd dat een rapport met de hand geschreven werd, en daarna naar de typkamer ging. Sinds 2000 werk ik als adviseur lawaaibeheersing bij LBPSIGHT, op het gebied van industrielawaai, installatiegeluid en trillingen, maar ook vragen die daar buiten vallen boeien mij, zeker als die een fundamenteel aspect hebben."

Bij welk project heb je een interessante bijdrage geleverd om Nederland wat stiller te maken?

"In mijn tijd bij Stork Ketels (1989 – 1997), waar ik de lawaaibeheersing deed, was de bouw van warmtekrachtcentrale Schoonmansmolen te Eerbeek een enorme uitdaging. Een complete energie-centrale die totaal net zoveel geluid mocht maken naar de omgeving als 1 stofzuiger…. Je kon dan ook zo vanaf de installatie schuin omlaag in de tuintjes van de omwonenden kijken. Daar heb ik alles bij elkaar opgeteld ongeveer een manjaar aan gewerkt. En het is allemaal gelukt. Op een gegeven moment vroegen omwonenden: wanneer gaat ie in bedrijf? Maar hij draaide al volop."

Wat is een belangrijke drijfveer van je werk?

"Het leuke van lawaaibeheersing is dat je met zowel de techniek te maken hebt, met mensen in allerlei verbanden samenwerkt, met als doel om geen hinder of gehoorschade te veroorzaken, met allerlei praktische randvoorwaarden en uiteraard tegen acceptabele kosten. Een nuttig doel verenigen met technische uitdagingen is heel inspirerend."

Wat doen we goed in geluidsland?

"In Nederland is veel op het gebied van geluid geregeld met wetten en besluiten. Dat heeft in elk geval voor industrielawaai goed gewerkt. Jammer dat bij verkeerslawaai door het handhavingsgat er toch steeds meer geluid bij kwam. Dat is nu, middels de GPP’s pas wettelijk gedicht. De praktijk moet natuurlijk leren of het echt werkt. Maar al met al zouden we er zonder al die wetten waarschijnlijk veel meer geluid in ons land hebben. Het is ook een drijfveer geworden voor ontwikkeling en innovatie."

Wat zou je anders doen als je het voor het zeggen had?

"Als ik het voor het zeggen had, zou ik nog meer naar nut en noodzaak van allerlei activiteiten kijken. We zijn nu vaak lawaai aan het beheersen van activiteiten die in mijn ogen vrij nutteloos zijn. De bouw van luchthaven Lelystand vind ik daar een voorbeeld van. Ietwat gechargeerd: om veel mensen belachelijk goedkoop op vakantie te kunnen laten gaan, gaan we de rust in een groot deel van het land opofferen. Bovendien is het oneerlijk om in de luchtvaart brandstof zonder belasting te mogen verstoken. Dat is oneerlijke concurrentie met andere transportvormen, en een rem op innovatie op zulke transportvormen."

"Een ander punt van aandacht is de maat waar we in geluidland naar kijken: de dB(A), liefst ook nog jaargemiddeld. Dat ene getal zegt naar mijn mening lang niet alles over de optredende hinder. Ik ben van mening dat er wat meer naar andere dosis-maten gekeken zou moeten worden, om effectiever hinder te kunnen vaststellen en vervolgens bestrijden."

Je bent als docent nauw betrokken bij de opleiding Milieu-Geluid en de opleiding Bouwakoestiek, daar 10 jaar studieleider geweest, en je bent gastdocent op Universiteit Twente in college Engineering Acoustics. Wat is het belangrijkste wat je de studenten leert?

"Bij de opleiding Milieu-geluid en Bouwakoestiek geef ik les in de fysische basisprincipes van geluid. Ook behandel ik een aantal wiskundige begrippen die voor het rekenen aan geluid belangrijk zijn. Ik vind het leuk om te doen, en met een paar dingen de link te leggen met de praktijk. Een grote groep andere docenten moet daar verder op bouwen. Die kunnen dan veel meer uitweiden over de toepassingen, en daar bijvoorbeeld ook recente innovaties en ontwikkelingen bij betrekken"

"Engineering Acoustics is heel anders: die studenten hebben de fundamenten al goed uitgelegd gekregen. Daar geef ik een kort overzicht van de wetten in Nederland en Europa, en ga ik in op een aantal praktijkproblemen."

Heb je tot slot een “Stelling bij een proefschrift” waar je nog iets over wil zeggen?

"Soms moet je een heleboel lawaai maken, om een paar dB te reduceren”. Wellicht spreekt deze stelling voor zich, maar er is soms heel, heel veel discussie nodig, voordat er daadwerkelijk iets aan het geluid in de praktijk gebeurt. En soms is een paar dB weinig, soms is het veel. Er blijven in elk geval genoeg uitdagingen over om te blijven werken aan een stiller Nederland."