Technische wijzigingen wet- en regelgeving geluid

Rijksoverheid, februari 2018

Per 1 maart zullen er enkele wijzigingen in werking treden van het Besluit geluid milieubeheer en het Besluit geluidhinder. De wijzigingen, die veelal technisch van aard zijn, beogen knelpunten die in de uitvoeringspraktijk aan het licht zijn gekomen, weg te nemen. Verder worden enkele onvolkomenheden in de besluiten gerepareerd.

Na inwerkingtreding van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer op 1 juli 2012 - waarbij het systeem van geluidproductieplafonds werd ingevoerd - hebben de beheerders van rijkswegen en hoofdspoorwegen (Rijkswaterstaat en ProRail) geconstateerd dat de regelgeving op sommige punten onduidelijk is, moeilijk uitvoerbaar is of niet overeenstemt met de werking zoals die werd beoogd. Dit leidt tot uitvoeringsproblemen en hogere uitvoerings- en bestuurslasten. Het doel van dit wijzigingsbesluit is om de uitvoerbaarheid van het Besluit geluid milieubeheer en het Besluit geluidhinder voor de beheerders van rijks- en spoorwegen te verbeteren, waardoor de bestuurslasten verminderen. De wijzigingen van het Besluit geluidhinder verbeteren eveneens de uitvoerbaarheid voor de beheerders van niet-rijkswegen. De bescherming van omwonenden tegen een te hoge geluidsbelasting blijft op het in de Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder beoogde niveau. De wijzigingen zijn met de beheerders afgestemd.

De wijzigingen in dit besluit vloeien ten dele voort uit de gewijzigde Wet milieubeheer en Wet geluidhinder, zoals deze luiden na de inwerkingtreding van de wet van 10 februari 2017 tot wijziging van de Tracéwet, de Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder in verband met de verruiming van de mogelijkheid om fouten in het geluidregister te herstellen en enkele technische verduidelijkingen (hierna: wet van 10 februari 2017).

De wijzigingen betreffen voor het Besluit geluid milieubeheer:

  • een aanvullende afwijking van het begrip "cluster" ten behoeve van de toepassing van het financiële doelmatigheidscriterium bij herstel van fouten in geluidproductieplafonds;
  • het benoemen van gevallen waarvoor de verplichting tot gekoppelde sanering niet geldt, waarmee invulling wordt gegeven aan de met de wet van 10 februari 2017 ingevoegde nieuwe wettelijke grondslag in artikel 11.42, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
  • een aanpassing die ervoor zorgt dat het uitvoeren van een gekoppelde sanering niet leidt tot onbedoeld omvangrijke saneringsmaatregelen;
  • de toevoeging dat de beheerder in het nalevingsverslag niet alleen bij geluidproductieplafonds die zijn vastgesteld op grond van artikel 11.45, eerste lid, van de Wet milieubeheer, maar voor alle geldende geluidproductieplafonds een prognose moet maken van het jaar waarin het geluidproductieplafond volledig zal zijn benut voor gevallen waarin de berekende geluidproductie 0,5 dB of minder onder het geldende geluidproductieplafond ligt;
  • het benoemen van gevallen waarvoor de verplichting tot het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen vervalt wegens het op korte termijn staken van het gebruik als geluidsgevoelig object;
  • herstel van een omissie bij de berekening van de mate van geluidreductie bij geluidsgevoelige objecten die voor meer dan één woning meetellen bij de berekening van de reductiepunten;
  • enkele andere kleine verduidelijkingen en verbeteringen.

De wijzigingen betreffen voor het Besluit geluidhinder:

  • het vervangen van de verplichting om expliciet goedkeuring te vragen aan de bewoner voor het treffen van geluidwerende maatregelen aan de woning en het uitvoeren van het daarvoor benodigde onderzoek aan de woning, door de mogelijkheid voor de bewoner om zijn medewerking hieraan te onthouden;
  • het aanpassen van de termijn voor instemming door de eigenaar met het aanbod voor geluidwerende voorzieningen aan een woning, zodat deze termijn niet conflicteert met de mogelijkheid om bezwaar en beroep in te stellen tegen het aanbod;
  • het gelijktrekken van de binnenwaardebepaling voor andere geluidsgevoelige gebouwen met die voor woningen in de Wet geluidhinder;
  • herstel van een verouderde verwijzing naar het Bouwbesluit in verband met eisen aan geluidgevoelige ruimten die voor gevelisolatie in aanmerking komen;
  • het benoemen van de situatie dat eerder van rijkswege aangebrachte geluidwerende maatregelen moeten worden hersteld;
  • het mogelijk maken dat in een aantal gevallen geen maatregelen hoeven worden onderzocht of te worden getroffen voor of aan woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen waarbij tijdelijk is afgeweken van het bestemmingsplan.

Bronnen: Officielebekendmakingen.nl, Rijksoverheid