Interview Dolf de Gruijter -
Expertisecentrum geluid RIVM

Ruben van Moppes, februari 2018

Dolf de Gruijter is al lang aanwezig in 'geluidland'. Dat roept de vraag op hoe lang al eigenlijk, wat deed hij daarvoor en hoe is hij er in terecht gekomen? In de bosrijke omgeving van het RIVM in Bilthoven geeft hij antwoorden op onze vragen. Over slechthorendheid, te ver voor de muziek uitlopen, drijfveren, rode wangen, de kansen van de Omgevingswet en de goede en slechte kanten van de dosismaat Lden.

Hoe begon jouw interesse in geluid eigenlijk?

"Hoe het begon? Tja laat ik maar beginnen bij mijn studie Technische Natuurkunde aan de TUE. Ik had toen al interesse in geluid. Niet alleen wat studie betreft. Thuis bouwde ik luidsprekerboxen en experimenteerde daar wat mee. Tijdens de studie bleek dat oa uit een stage waarin ik de geluidcontouren voor de toen nog te ontwikkelen luchthaven Eindhoven berekende. En mijn afstudeerwerk ging over computerbewerking van spraak tbv ouderdoms slechthorendheid. Dat was met de computer van toen een hele opgave. Daarmee heb je wel een lijn voor de rest van mijn loopbaan te pakken: geluid."

"Dat was met de computer van toen een hele opgave."

Dat klinkt direct heel technisch allemaal.

"Maar nu ik het er zo over heb; er is nog wel een lijn: symposia. Toen ik 1980 afstudeerde moest ik in militaire dienst (weten je lezers nog wat dat was?). Ik was daarvoor speciaal aangenomen om een symposium aan de KMA in Breda te organiseren. Was zeer leerzaam en achteraf het eerste symposium waar ik bij de organisatie betrokken ben geweest. Nu ben ik al 20 jaar betrokken bij het congres Geluid, Trillingen en Luchtkwaliteit. Ik weet niet of het 20 of inmiddels al weer een jaar verder is, in ieder geval vanaf het begin."

Je studeerde af op slechthorendheid. Ging je eerste baan ook direct over geluid?

"Mijn eerste baan? Ja dat was heel verrassend, tenminste vanuit mijn studie gezien. Ik ging in 1982 werken bij de provincie Noord-Holland. De Wet geluidhinder trad dat jaar voor wegverkeer en industrie in werking. Ik kwam toen in een wereld die ik niet kende: wetgeving, bestemmingsplannen etc. Maar in het land der blinden bleek eenoog koning; binnen de kortste keren typte (inderdaad geen PC) ik notities waarin uitgeschreven werd wat de wet bedoelde. Dat was een echte pionierstijd. Maar na een paar jaar wilde ik toch weer wat anders. Na twee maanden in Australië en Nieuw-Zeeland begon ik op 1 maart 1986 bij het ministerie van VROM. Velen weten vast nog wel dat die datum in de wet was opgenomen. Had niks met mij van doen natuurlijk, maar het was heel lang de peildatum voor de sanering wegverkeerslawaai. Dat onderdeel trad op die datum in werking en leverde mijn nieuwe werk op."

"Maar in het land der blinden bleek eenoog koning."

Ook hier weer pionieren dus?

"Ja! Hoe die sanering zo efficiënt mogelijk uit te voeren. Begin jaren ’90 kwam er ook veel druk te staan op controle etc. Dat lag beleidsambtenaren minder en er was ook geen capaciteit voor. De oplossing was het oprichten van het Bureau Sanering Verkeerslawaai. Idee was bovendien dat die taak afgebouwd moest worden en dan was het handig dat de uitvoerende mensen externen waren. Maar die stap bleek een blijvertje en na 25 jaar is het Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV) een instituut binnen de uitvoering van geluidregels en de taken zijn zelfs uitgebreid. Leuk is dat ze naast de sanering waar ik heel vroeger mee bezig was, nu ook taken in het kader van de geluidproductieplafonds uitvoeren."

De gpp's... Jou bepaald niet onbekend, en een voobeeld van een lange adem, of niet?

"Die geluidproductieplafonds zijn inderdaad jarenlang mijn werk geweest binnen het ministerie. In 1998, als ik het goed heb, stond in de Nota MIG voor de Tweede Kamer dat geluidproductieplafonds een kans waren. Het heeft uiteindelijk tot 2012 geduurd voor ze ook echt gingen werken. Een kwestie van lange adem en soms behoorlijk tegen de stroom in moeten zwemmen. Maar dat ze er gekomen zijn is toch wel een van de hoogtepunten van mijn loopbaan. Maar ook MIG dat ik net noemde was een project dat veel energie gaf. Het ging om de fundamentele herziening van de geluidregels, en dan echt fundamenteel en niet een beetje bijschaven zoals nu met de Omgevingswet. Maar we liepen te ver voor de muziek uit en het wetsvoorstel kwam niet door het kabinet. Om duidelijk te maken wat MIG betekende hebben we toen nog een spel laten maken: MIG-city. Op het congres Geluid en Trillingen kon het gespeeld worden. Daar werd duidelijk dat geluid niet saai is. Mensen zaten met rode wangen achter PC’s met geluid te spelen. In diezelfde tijd hadden we ook een ambitieus team om tot nieuwe geluiddoelstellingen te komen in Nederland. Het resultaat is na te lezen in het Nationaal Milieubeleidsplan 4: een breuk met het geluidbeleid daarvoor."

"Mensen zaten met rode wangen achter PC’s met geluid te spelen".

Je bent dus veel bezig geweest met vernieuwing van de wet. Waar loop je in je vernieuwingsdrift zoal tegenaan?

"Ja dat is zeker een drijfveer die je noemt. Ik heb een sterke drijfveer om zaken te vernieuwen en vooral ook te optimaliseren: proberen dingen meer te richten op het doel wat je wil bereiken en daar omheen zoveel mogelijk weglaten. Het frustrerende is dat, als je dan zo’n mooi lean ontwerp hebt er in het wetgevingsproces er weer een hele kerstboom van regels ontstaat. Kijk maar eens naar de geluidproductieplafonds. Bovendien is mijn drijfveer ook bij te dragen aan mooi geluid: zowel de geluidboxen uit mijn jeugd als de hedendaagse regels gericht op de leefomgeving. En voor die leefomgeving is een maat als de Lden alleen niet zaligmakend. Geluid is meer dan een energetisch gemiddeld niveau over een jaar."

"Geluid is meer dan een energetisch gemiddeld niveau over een jaar."

Hoor ik je nu voor een complete afschaffing van de Lden pleiten??

"Nee dat bedoel ik niet. Ik pleit niet voor het afschaffen van de Lden. Die heeft ook zijn functie in het geheel. Alleen moet je je niet laten verblinden door de Lden. Er zijn veel meer aspecten die de geluidbeleving bepalen, zowel akoestische als niet-akoestische. Wel is het heel zinvol om een maat te hebben waarin je over de hoeveel geluid kan communiceren en daar is de Lden heel geschikt voor. Bovendien geven gezondheidsstudies ook relaties tussen diverse aandoeningen en de Lden. En vaak wordt vergeten dat tussen alle factoren die een rol spelen de Lden ook een aspect is waarmee effecten correleren. Daarbij heb ik de visie dat het voor een goed geluidklimaat, wat dat ook precies is, noodzakelijk is de Lden niveaus te beperken; hoe lager die zijn, des te meer ruimte er is het lokale geluid naar wens te modelleren."

"Wat ik jammer vind is dat geluid zo strikt juridisch benaderd wordt. Zoals ik net al zei, een kerstboom van regels. Er zijn in het geluidveld grofweg twee stromen: de mensen van de regels en de meer zogezegd op bredere afweging gerichte betrokkenen. En het 'aardige' is dat die laatste categorie vaak juist aanleiding is voor nog meer regels. Kortom ze veroorzaken door hun handelen nogal eens wat ze eigenlijk willen bestrijden. Dat komt omdat die 'bredere afweging' vaak alleen een verhaal is om de grenzen op te zoeken of ze legaal te overschrijden. Deze eenzijdigheid leidt dan vaak tot het repareren van ‘lekken’ in de regelgeving. Ik heb ook de ervaring dat het bieden van ruimte zich later tegen je kan keren en aanleiding is tot discussies met als vertrekpunt: het klinkt inderdaad niet onlogisch, maar waar staat dat het moet? Het juist wel volgen van logische lijnen en niet alleen het toepassen van de regels en ook nog het liefst op het scherpst van de snede geeft een veel optimaler proces. Het bereiken van betere geluidsituaties is niet alleen afhankelijk van meer geld, maar vooral andere inzet. De problematiek, maar vooral de kansen in breder perspectief zien levert meer op dan bijvoorbeeld verdubbeling van saneringsbudgetten. Daarvoor is ruimte nodig en binnen die ruimte vertrouwen en de wil tot samenwerken."

Wat zou je beginnende akoestici willen meegeven?

"Verdiep je in de materie en leer enerzijds de regels, of het nu een rekenvoorschrift en of andere geluidwetgeving is. Maar als je er dan mee aan de slag gaat, sta er dan wel altijd bij stil waar je mee bezig bent en of er niet ook andere oplossingen dan standaardoplossingen zijn. Verbreed het speelveld en durf te vragen. Het zou dan ook heel goed zijn als daar een toegankelijk platvorm voor zou zijn. Bijvoorbeeld iets als NAG-Young."

"Sta er dan wel altijd bij stil of er niet ook andere oplossingen dan standaardoplossingen zijn"

"Nu zit ik dit jaar al weer vier jaar bij het RIVM als coördinator geluid. Na het beleid en de wetgeving is dit een stimulerende overgang. Ik zit er in een periode dat heel veel speelt. Eigenlijk te veel voor het aantal mensen dat we voor geluid hebben. Daarom breidden we momenteel weer verder uit (zie de vacature elders op Geluidnieuws). En het sluit weer aan bij wat mij in werk trekt: bezig zijn met nieuwe dingen. Dat zijn nu bijvoorbeeld het beter borgen van het beheer van de reken- en meetvoorschriften, de overgang naar CNOSSOS en een hele uitdaging is het ontwikkelen van een rekenmodel voor spoortrillingen. En heel overkoepelend wat het omgaan met geluid betreft, is de uitdaging van het Informatiehuis geluid in het kader van de Omgevingswet. Die ontwikkeling biedt een kans heel anders met geluid om te gaan, waardoor er meer aandacht gericht kan worden op waar het echt om gaat, in plaats van de discussie over gegevens en geluidsbelastingen. Dat is ambitieus en lijkt ver weg, maar geluidproductieplafonds zijn er ook gekomen."

"Het informatiehuis Omgevingswet biedt een kans heel anders met geluid om te gaan."

"O ja, dat is een nog wel een punt voor beginnende, of eigenlijk voor alle geluidmedewerkers: blijf geloven in je ambities en dromen. Dat is de basis om lang van je verblijf in geluidland te kunnen genieten."