Aanvullingswet Geluid in de Kamer

Redactie, oktober 2018

Begin oktober is de Aanvullingswet Geluid naar de Tweede Kamer gestuurd en is daarmee ook openbaar gemaakt.

Met dit wetsvoorstel wordt de regelgeving voor geluid afkomstig van infrastructuur (wegen en spoorwegen) en industrieterreinen ingevoegd in de Omgevingswet. De regels worden daarbij in overeenstemming gebracht met de opbouw en de doelen van die wet. Tegelijkertijd worden de regels over taken en bevoegdheden van provincies, gemeenten en waterschappen voor geluid herzien. Doel daarvan is om ook voor lokale en provinciale wegen, lokale spoorwegen en industrieterreinen de geluidregelgeving duidelijker en beter te maken.

Documenten en toelichting op congres GTL

In dit artikel staan enkele algemene zaken uit de memorie van toelichting. Alle documenten bij deze wet vindt u hier.
Op het congres Geluid Trillingen en Luchtkwaliteit (www.gtlcongres-beurs.nl) zal het ministerie een toelichting geven op de geluidsregels.

Verder is o.a. bij de volgende sites meer informatie te vinden:
- Gemeente.nu
- Blog Omgevignsrecht

Algemene werkwijze

De hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting keert in de huidige vorm niet terug onder de Omgevingswet. De besluitvorming over hogere geluidbelastingen is ge´ntegreerd in de besluitvorming over het omgevingsplan, de omgevingsvergunning, het projectbesluit of het besluit tot vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden. Een afzonderlijk besluit hierover in de vorm van een hogere-waardebesluit is dus overbodig. De functie van het hogere-waardebesluit als referentie voor de geluidbelasting bij besluitvorming over toekomstige wijzigingen wordt voor industrieterreinen, provinciale wegen, rijkswegen en hoofdspoorwegen overgenomen door de geluidproductieplafonds. Het geluidproductieplafond beschermt immers tegen de toename van geluid. Voor gemeentewegen, lokale spoorwegen en waterschapswegen wordt een soortgelijke rol vervuld door de zogenoemde basisgeluidemissie, die met monitoring zal worden bewaakt.

De huidige geluidszones keren terug onder de naam geluidaandachtsgebieden. Nieuw is dat deze gebieden als fysiek geografisch gebied zullen worden vastgelegd in het Digitaal Stelsel Omgevingswet, waardoor geen misverstanden kunnen bestaan over de ligging van deze gebieden en zij voor eenieder eenvoudig te raadplegen zijn. De methodiek voor bepaling van de geluidaandachtsgebieden zal in een technische regeling als onderdeel van de Omgevingsregeling worden voorgeschreven. Deze methodiek zal zodanig zijn dat de kans op overschrijding van de voorkeurswaarde buiten dit gebied gering is. De huidige geluidszones langs infrastructuur blijken in de praktijk namelijk in sommige situaties te klein.

Rond industrieterreinen heeft de geluidszone onder de Wet geluidhinder tevens de functie van toetsingskader voor besluitvorming. Die functie wordt in het nieuwe stelsel overgenomen door de geluidproductieplafonds en zal dus niet terugkeren als onderdeel van het geluidaandachtsgebied. Regels over de reconstructie keren in hun huidige vorm evenmin terug onder de Omgevingswet. Het omgevingsplan zal moeten voorzien in toereikende regels op dit punt, bijvoorbeeld door daarin zo nodig een wijziging van een weg als vergunningplichtige omgevingsplanactiviteit aan te merken. Een en ander zal verder worden uitgewerkt in het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet.

Tekst gaat verder onder het schema

De verschillen in normstelling tussen spoorverkeer, wegverkeer en industrie zijn grotendeels gebaseerd op de verschillen in hinderbeleving die ook aan de normering in en onder de Wet geluidhinder ten grondslag lagen. [De nieuwe WHO-normen zijn hier dus (nog?) niet in verwerkt, omdat daar railverkeer toch net zo hinderlijk blijkt als wegverkeer, en bij hoge geluidniveaus zelfs hinderlijker.] Voor wegverkeer geldt daarnaast een soepeler stelsel voor wegen die onder het systeem van de basisgeluidemissie komen te vallen dan voor wegen waarop het stelsel met geluidproductieplafonds van toepassing is. Dat is gedaan om stedelijke ontwikkelingen niet te blokkeren. Bovendien is het verdedigbaar om de gemeente een grotere beleidsruimte te bieden tussen de voorkeurswaarde en maximale waarde.

Uitzonderingen

Aanvullend op de normering voor reguliere situaties kende de Wet geluidhinder enkele uitzonderingen met hogere maximale waarden voor besluitvorming over geluidgevoelige objecten in specifieke situaties, zoals voor vervangende nieuwbouw (stadsvernieuwing), woningbouw nabij zeehavens, transformatie van kantoren naar woningen en voor provinciale wegen binnen de bebouwde kom. Onder de Omgevingswet worden deze uitzonderingsbepalingen omgevormd tot een meer gestroomlijnde regeling die meer afwegingsruimte biedt dan de reguliere normering (en die met andere woorden een zekere overschrijding van de reguliere maximale waarde mogelijk maakt). Naast deze specifieke situaties zullen ook andere bestaande mogelijkheden uit de huidige geluidwetgeving in deze regeling worden ge´ntegreerd, bijvoorbeeld bij de toepassing van bijzondere bouwkundige constructies (dove gevels, vliesgevels etc.)