{"id":4560,"date":"2019-11-27T09:26:28","date_gmt":"2019-11-27T08:26:28","guid":{"rendered":"http:\/\/geluidnieuws.nl\/home\/?p=4560"},"modified":"2019-11-27T09:26:30","modified_gmt":"2019-11-27T08:26:30","slug":"overzicht-jurisprudentie-november-2019","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/geluidnieuws.nl\/home\/overzicht-jurisprudentie-november-2019\/","title":{"rendered":"Overzicht jurisprudentie november 2019"},"content":{"rendered":"\n<p>Auteur: <a href=\"https:\/\/www.halstenadvocaten.nl\/advocaten\/daniella-nijman\/\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\"Dani\u00eblla Nijman, Halsten advocaten (opent in een nieuwe tab)\">Dani\u00eblla Nijman, Halsten advocaten<\/a><\/p>\n\n\n\n<p><em>Een selectie van de uitspraken die van 23\noktober tot met 20 november zijn gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak\nvan de Raad van State:<\/em><\/p>\n\n\n\n<h3 class=\"wp-block-heading\"><strong>Nadeelcompensatie<\/strong><\/h3>\n\n\n\n<p><strong>Bouwhinder tunnel A9 Gaasperdammerweg:<\/strong> ABRvS 30 oktober 2019, <a href=\"https:\/\/www.raadvanstate.nl\/uitspraken\/@118196\/201809309-1-a2\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\">ECLI:NL:RVS:2019:3638<\/a><\/p>\n\n\n\n<p>Stel je\nvoor. Je koopt in 2007 een huis in Amsterdam. Je weet dat de A9 een keer zal\nworden verbreed. Maar dat je anderhalf jaar lang met enige regelmaat \u2019s nachts\nuit je bed wordt getrild, waardoor je last krijgt van oververmoeidheid en een\nhoge bloeddruk\u2026is dat voorzienbaar?<\/p>\n\n\n\n<p>De\nMinister stelt van wel, op advies van haar deskundige. Uit de Startnotitie\nvolgde namelijk dat ook een variant met verdiepte ligging zou worden bekeken en\ndat had dezelfde bouwhinder tot gevolg kunnen hebben. Het verzoek om nadeelcompensatie\nvan deze oververmoeide appellant wordt daarom afgewezen. Dat is volgens de\nAfdeling te kort door de bocht.<\/p>\n\n\n\n<p>De\naanleg van de A9 was voorzienbaar, dat wel. Maar een redelijk denkend en\nhandelend koper kon in 2007 op grond van de Startnotitie slechts een globale\nverwachting hebben van de mate en duur van de te verwachten overlast van de\nreconstructiewerkzaamheden. Appellant kon niet voorzien dat de\nfunderingswerkzaamheden het heien van 10.000 heipalen en het intrillen van\n1.800 damwandprofielen over een periode van ongeveer anderhalf jaar zou\nomvatten, dat ook \u2019s nachts zou worden doorgewerkt en dat het werkterrein nabij\nhaar woning zou worden gesitueerd, waarbij bestaande bosschages tussen de\nwoning en de A9 zouden worden gekapt. <\/p>\n\n\n\n<p>Tijdens\nde werkzaamheden is bovendien gebleken dat een gedeelte van de grond door\naanwezig puin harder was dan door Rijkswaterstaat voorzien. Er is daarom\ngebruik gemaakt van een zogenoemde mantel, waardoor de extra geluidhinder voor\nongeveer de helft werd verminderd. Als Rijkswaterstaat dat niet kon voorzien,\nkan van appellant ook geen helderziendheid worden verwacht. <\/p>\n\n\n\n<p>De\nvraag die ter zitting niet kon worden beantwoord door de Minister, is waarom\naan appellant geen financi\u00eble vergoeding is aangeboden. Aan andere omwonenden\nis door de projectorganisatie namelijk wel \u20ac&nbsp;25.000,&#8211; aangeboden om\ntijdens de werkzaamheden elders te kunnen verblijven. Daaruit blijkt wel dat er\nernstige hinder optrad. Aan welke criteria zou appellant niet hebben voldaan?\nDe Minister moet het antwoord op die vraag schuldig blijven. Duidelijk is wel\ndat een vergoeding aan deze omwonende ook op zijn plaats is. <\/p>\n\n\n\n<p>De\nAfdeling oordeelt dat de Minister een nieuw besluit moet nemen en nader advies\nvan een deskundige moet inwinnen. Die deskundige zal moeten beoordelen welke\nhinder wel voorzienbaar was en welk deel van het gederfde woongenot als\nonvoorzien voor vergoeding in aanmerking komt. <\/p>\n\n\n\n<p>De Afdeling oordeelt op soortgelijke wijze op het beroep van twee andere omwonenden. Zie <a rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\" href=\"https:\/\/www.raadvanstate.nl\/uitspraken\/@118197\/201809299-1-a2\" target=\"_blank\">ECLI:NL:RVS:2019:3639<\/a> en <a href=\"https:\/\/www.raadvanstate.nl\/uitspraken\/@118203\/201808182-1-a2\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\">ECLI:NL:RVS:2019:3640<\/a>.<\/p>\n\n\n\n<p>Wordt\nvervolgd. <\/p>\n\n\n\n<p><strong>Spoorlawaai<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Tijdelijke ontheffing proefritten HSL-Zuid:<\/strong> Vz. ABRvS 1 november 2019, <a href=\"https:\/\/www.raadvanstate.nl\/uitspraken\/@118347\/201907415-1-a1\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\">ECLI:NL:RVS:2019:3689<\/a><\/p>\n\n\n\n<p>De\nMinister heeft aan ProRail een tijdelijke ontheffing van de naleving van de\ngeluidproductieplafonds verleend voor 100 referentiepunten langs de HSL-Zuid. Dit\nis nodig voor testritten met een nieuw type treinstel, de Intercity Nieuwe\nGeneratie die snelheden van ten minste 200 km\/uur moet gaan halen. In 2020\nzullen er overdag maximaal 1.630 testritten plaatsvinden en 517 in de\nnachtperiode. De geluidproductieplafonds zullen met 0,1 tot 0,5 dB worden\noverschreden. <\/p>\n\n\n\n<p>De\nStichting Stop Geluidsoverlast HSL komt op tegen deze tijdelijke ontheffing. De\nStichting komt op voor de belangen van inwoners van Lansingerland, die volgens\nde Stichting al jarenlang veel hinder ondervinden van de HSL. De toenmalige\nstaatssecretaris heeft in 2015 toegezegd maatregelen te treffen, waarover de\nTweede Kamer is ge\u00efnformeerd bij brief van 1 oktober 2015. Deze maatregelen zijn\nechter nog niet getroffen.<\/p>\n\n\n\n<p>In\ndeze procedure staat de voorlopige voorziening centraal die door de Stichting\nis gevraagd. Het doel van de Stichting is om het besluit te schorsen, zodat er\ngeen testritten kunnen worden uitgevoerd voordat de toegezegde\ngeluidmaatregelen zijn getroffen. <\/p>\n\n\n\n<p>De\nvoorzieningenrechter moet een belangenafweging maken. De uitkomst daarvan is\nten gunste van ProRail. Het belang bij een tijdige uitvoering de proefritten is\nerg groot. De overschrijding van de geluidproductieplafonds is niet zo groot\ndat een beslissing op bezwaar niet kan worden afgewacht. <\/p>\n\n\n\n<p>In de\nafweging zal ook zijn betrokken dat de uitvoering van geluidmaatregelen niet\nsneller gaat indien de testritten worden uitgesteld. Dit gelet op het \u201cstadium waarin\nde complexe onderhandelingen met de beoogde uitvoerder zich bevinden\u201d. Mooi\ntaalgebruik voor problemen achter de schermen. Wel merkt de voorzieningenrechter\nexpliciet op dat hij ervan uitgaat dat de betrokken partijen ervoor zorg zullen\ndragen dat de toezegging om de maatregelen zo snel als redelijkerwijs mogelijk\nuit te voeren, gestand zullen doen.<\/p>\n\n\n\n<p>Een\ninhoudelijk oordeel over de ontheffing van deze testritten volgt mogelijk\nlater, indien er beroep wordt ingesteld tegen de nog te nemen beslissing op\nbezwaar.<\/p>\n\n\n\n<h3 class=\"wp-block-heading\"><strong>Ruimtelijke ordening<\/strong><\/h3>\n\n\n\n<p><strong>Plattelandswoning Swifterbant:<\/strong> ABRvS 23 oktober 2019, <a href=\"https:\/\/www.raadvanstate.nl\/uitspraken\/@118122\/201810302-1-r1\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\">ECLI:NL:RVS:2019:3586<\/a><\/p>\n\n\n\n<p>Een\nveel voorkomende situatie: de eigenaar van een agrarisch bedrijf met\nbedrijfswoning verkoopt de beide delen afzonderlijk. De schuur met het daarbij\nbehorende erf is verkocht aan een agrari\u00ebr. De woning is verkocht aan een\nander. Diegene woont daar zonder binding met het agrarische bedrijf. De\ngemeente wil deze situatie planologisch vastleggen door de woning als\nplattelandswoning te bestemmen. Dat kan, mits er sprake is van een aanvaardbaar\nwoon- en leefklimaat. <\/p>\n\n\n\n<p>De\nagrari\u00ebr verzet zich tegen deze bestemming als plattelandswoning. Hij stelt\ndaar veel meer activiteiten te verrichten dan waar de gemeente van is\nuitgegaan. De opslag van 1.000 ton uien leidt volgens hem tot veel stofhinder\nen geluidshinder van de 1.500 tot 1.700 verkeersbewegingen per jaar. En hij wil\nzijn activiteiten in de toekomst gaan uitbreiden. Volgens de eigenaresse van de\nwoning gebeurt er in de praktijk vrij weinig en ondervindt zij geen overlast.\nDe gemeente is er bij de planvorming van uitgegaan dat de agrarische\nwerkzaamheden nauwelijks invloed hebben op het woon- en leefklimaat. <\/p>\n\n\n\n<p>Volgens\nde Afdeling heeft de gemeente ten onrechte geen nader onderzoek gedaan.\nMisschien klopt de stelling van de bewoonster wel dat er feitelijk weinig\nwerkzaamheden worden verricht. Maar de agrari\u00ebr heeft gesteld als actieve\nondernemer de gebruiksmogelijkheden die zijn toegestaan op zijn perceel te\nwillen gaan benutten. Daarom had de gemeente toch onderzoek moeten doen naar de\neffecten van de planologisch maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan,\nalthans van een representatieve invulling daarvan. Zeker nu de woning tot aan\nde erfgrens mag worden uitgebreid of herbouwd.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Hoveniersbedrijf Rucphen:<\/strong> ABRvS 23 oktober 2019, <a href=\"https:\/\/www.raadvanstate.nl\/uitspraken\/@118140\/201902321-1-r2\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\">ECLI:NL:RVS:2019:3599<\/a><\/p>\n\n\n\n<p>Op\neen perceel naast het hoveniersbedrijf wordt de mogelijkheid gecre\u00eberd om twee\nschuren te vervangen door een woning. Inherent aan de woonbestemming is dat het\nook mogelijk wordt om op dat perceel vergunningsvrij een mantelzorgwoning te\nrealiseren. Het hoveniersbedrijf vreest een mogelijke beperking van de\nbedrijfsvoering indien in de toekomst een dergelijke mantelzorgwoning zou\nworden gebouwd. <\/p>\n\n\n\n<p>De\ngemeente verwijst in haar onderbouwing naar een geluidonderzoek dat recent nog\nis gebruikt om de bestemming voor het hoveniersbedrijf te onderbouwen. Volgens\nde hovenier is er echter ten onrechte geen rekening gehouden met\ntimmerwerkzaamheden voor onderhoud aan tuinhuisjes en het rijden met een\ntractor. De Afdeling geeft de hovenier gelijk, dit is eerder niet meegenomen en\nwel planologisch mogelijk gemaakt. Dat de hovenier deze werkzaamheden niet\nheeft vermeld in zijn melding op basis van het Activiteitenbesluit doet daar\nniet aan af. Onderhoud aan tuinhuisjes hoort bij de werkzaamheden van een\nhovenier en is dus toegestaan en relevant voor de beoordeling van de nieuwe\nwoonbestemming.<\/p>\n\n\n\n<p>Ter\nzitting hebben de geluidsdeskundigen van beide partijen verklaard dat er vooral\neen belemmering zou kunnen ontstaan indien er binnen 15 meter van de\nperceelsgrens een gevoelig object wordt gerealiseerd. De Afdeling geeft de\ngemeente daarom een concrete opdracht om het gebrek te herstellen. De eerste\noptie is dat in het bestemmingsplan wordt geregeld dat binnen een zone van 15\nmeter geen geluidsgevoelige bebouwing mag worden opgericht. Dat kan\nbijvoorbeeld door daar de bestemming Tuin op te nemen. Die gronden kwalificeren\ndaardoor niet meer als achtererf, waardoor daar geen vergunningsvrije\nmantelzorgwoning kan worden gerealiseerd. Een concrete tip van de Afdeling\nmogen we wel zeggen! En als deze hint niet wordt opgepakt is de tweede optie om\nalsnog te motiveren waarom het wel aanvaardbaar zou zijn om binnen deze 15\nmeter \u2013 en tot waar precies dan \u2013 een geluidgevoelig object toe te staan. Ik\ndenk dat de uitkomst hier voor de hand ligt\u2026<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Busstation Bolsward:<\/strong> ABRvS 6 november 2019, <a href=\"https:\/\/www.raadvanstate.nl\/uitspraken\/@118331\/201900589-1-a1\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\">ECLI:NL:RVS:2019:3731<\/a><\/p>\n\n\n\n<p>Op\nhet gezoneerde industrieterrein in Bolsward wordt een busstation gerealiseerd.\nHet college heeft een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het\nbestemmingsplan. Appellant ondervindt relevante geluidhinder van het busstation.\n<\/p>\n\n\n\n<p>Aan\neen inhoudelijke beoordeling van de geluidsoverlast komt de Afdeling in feite\nniet toe. Het bestemmingsplan laat namelijk al een busstation toe. De afwijking\nvan het bestemmingsplan is nodig omdat de initiatiefnemer het busstation anders\nwenst te situeren. Deze wijziging blijkt voor appellant juist gunstig. Omdat er\nminder geluidhinder optreedt dan wanneer het busstation conform het\nbestemmingsplan zou worden gerealiseerd, is het niet nodig om in te gaan op\nzijn argumenten over onjuiste bronniveaus en dergelijke. Dat maakt de\nvergelijking immers niet anders. <\/p>\n\n\n\n<p>Deze\nplanologische verbetering betekent ook dat er geen ruimte is om in te gaan op\nzijn bezwaren over slaapverstoring en ontwaakreacties in de woning. Of dat\nanders veel resultaat had gehad is maar de vraag, de Afdeling stelt niet voor\nniets voorop dat appellant woonachtig is in een bedrijfswoning op het\ngezoneerde industrieterrein. <\/p>\n\n\n\n<h3 class=\"wp-block-heading\"><strong>Wabo<\/strong><\/h3>\n\n\n\n<p><strong>Bestaande rechten motorcrossterrein Staphorst:<\/strong> ABRvS 23 oktober 2019, <a href=\"https:\/\/www.raadvanstate.nl\/uitspraken\/@118119\/201900435-1-a1\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\">ECLI:NL:RVS:2019:3583<\/a><\/p>\n\n\n\n<p>Het\nis goed om weer scherp voor ogen te hebben wat de invloed is van bestaande\nrechten op het moment dat er een nieuwe omgevingsvergunning milieu wordt\nverleend. In dit geval gaat het om het motorcrossterrein in Staphorst. Vanwege\nde aanpassing en verlenging van de motorcrossbaan wordt er een nieuwe\nomgevingsvergunning milieu verleend, die de gehele inrichting omvat. <\/p>\n\n\n\n<p>In\nhoger beroep komt onder andere de vraag aan de orde hoe het bevoegd gezag de\nbestaande rechten moet betrekken bij de vergunningverlening. Moet de eerder\nvergunde geluidruimte opnieuw worden vergund? Nee. <\/p>\n\n\n\n<p>Het\nrespecteren van bestaande rechten betekent dat eerder vergunde <em>activiteiten<\/em> in beginsel opnieuw moeten\nworden vergund. Maar dat hoeft niet per se onder dezelfde voorwaarden te\ngebeuren. De drijver van de inrichting kan dus geen aanspraak maken op de\nbestaande <em>geluidruimte<\/em> die eerder is\ntoegekend voor de uitoefening van die activiteiten. Het bevoegd gezag kan nu\nandere of strengere geluidgrenswaarden vaststellen. Deze mogen alleen niet zo\nstreng zijn dat daarmee de eerder vergunde activiteiten de facto onmogelijk\nzijn en daarmee impliciet worden geweigerd.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Pluimveehouderij Leveroy:<\/strong> ABRvS 6 november 2019, <a href=\"https:\/\/www.raadvanstate.nl\/uitspraken\/@118252\/201809709-1-a1\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\">ECLI:NL:RVS:2019:3703<\/a><\/p>\n\n\n\n<p>Het\ncollege van Nederweert heeft een omgevingsvergunning milieu verleend voor het veranderen\nvan de pluimveehouderij voor het houden van ruim 41.000 vleeskuikens in vier\nstallen. Appellant woont tegenover de pluimveehouderij. Hij heeft vooral last\nvan de vervoersbewegingen. <\/p>\n\n\n\n<p>Om\ngeluidsoverlast te voorkomen zijn er voorschriften aan de vergunning verbonden.\nZo moeten vrachtwagenchauffeurs worden ge\u00efnstrueerd om rustig te rijden.\nDaartoe moeten er bij het oprijden van iedere inrit goed zichtbaar borden\nworden geplaatst waarop chauffeurs worden gemaand rustig en langzaam te rijden.\nOok moet op dat bord worden vermeld dat de achteruitrijsignalering moet worden\nuitgeschakeld voordat het voertuig het terrein op rijdt. Als het uitschakelen\ndaarvan niet mogelijk is, dient de chauffeur te worden ge\u00efnstrueerd dat deze\nmet zijn voertuig binnen de inrichting niet achteruit mag rijden of de inrichting\nniet mag betreden. <\/p>\n\n\n\n<p>Volgens\nappellant zijn deze voorschriften niet voldoende concreet en handhaafbaar.\nWaarschijnlijk doelt appellant dan vooral op het rustig en langzaam rijden,\nwanneer is daarvan sprake? Volgens de Afdeling zijn de voorschriften wel\ndegelijk handhaafbaar. De Afdeling betrekt het vooral op de borden die moeten\nworden geplaatst, daarvan kan simpel worden gecontroleerd of ze er staan of\nniet. <\/p>\n\n\n\n<p>Het\nbetoog van appellant dat er in de nacht een alternatieve route moet worden\ngereden zodat de vrachtwagens niet voor zijn woning staan te wachten, slaagt\nniet. Een alternatieve oprit aan dezelfde weg is niet geschikt voor\nvrachtwagens. Een alternatieve ontsluiting aan de andere zijde van het bedrijf\nop een andere weg is evenmin re\u00ebel, omdat de vrachtwagens dan over te smalle\nwegen zouden moeten rijden. Het bevoegd gezag heeft terecht afgezien van een\ndergelijk voorschrift.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Windpark Hartelbrug II:<\/strong> ABRvS 13 november 2019, <a href=\"https:\/\/www.raadvanstate.nl\/uitspraken\/@118410\/201803407-1-r3-en-201900085-1-r3\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\">ECLI:NL:RVS:2019:3820<\/a><\/p>\n\n\n\n<p>De\nvergunningverlening voor het windpark Hartelbrug II verloopt moeizaam. In 2014\nzijn deze windturbines al gebouwd, op basis van een vergunning uit 2011 die in\n2014 echter door de rechtbank is vernietigd. Deze vernietiging is in hoger\nberoep in stand gebleven. <\/p>\n\n\n\n<p>Om de\ngeluidbelasting van deze windturbines te beperken heeft het college vervolgens\nin 2014 maatwerkvoorschriften opgelegd. Er is namelijk sprake van bijzondere\nlokale omstandigheden. De woonwijken van Geervliet en Heenvliet ondervinden\nnamelijk ook geluidhinder van de industrie in de Botlek, de rijksweg A15, de\nHavenspoorlijn, de scheepvaart op het Hartelkanaal en de provinciale weg N218.\nDe geluidbelasting van de windturbines heeft de grootste impact bij zuidelijke\nwindrichtingen in de nachtperiode, omdat dan de overige geluidbelastingen\ngedeeltelijk wegvallen. Het bevoegd gezag probeert daarom de geluidbelasting in\nde nachtperiode zoveel mogelijk te beperken.<\/p>\n\n\n\n<p>De\nmaatwerkvoorschriften uit 2014 hebben de eindstreep echter niet gehaald. Er was\nvoorzien in een gedetailleerd voorschrift waarmee werd afgeweken van de\ndosismaat dB in Lden of Lnight. Dat de Afdeling dat niet toestaat bespraken we\nin het overzicht van <a href=\"http:\/\/www.geluidnieuws.nl\/n\/178juris.html\">augustus 2017<\/a>. <\/p>\n\n\n\n<p>Hoe\nverder? Het college verleent opnieuw een omgevingsvergunning. Dit is een\nomgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en voor de beperkte milieutoets\nals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder i van de Wabo. Het college heeft aan die\nomgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) voorschriften verbonden. De\nberoepschriften van zowel de exploitant als de omwonenden richten zich tegen\ndeze OBM. <\/p>\n\n\n\n<p>Een\nvan de voorschriften houdt kort gezegd in dat in de nachtperiode bij bepaalde\nwindrichtingen gebruik moet worden gemaakt van de \u201creduced power mode\u201d. De\ngedachte van het college is dat de windturbines dan 2 dB minder geluid\nproduceren dan de garantiewaarde die door de fabrikant is aangegeven. <\/p>\n\n\n\n<p>Vervolgens\nontvouwt zich een juridische discussie. Is het college wel bevoegd om\nvoorschriften te verbinden aan de OBM? In principe niet. Maar er is een\nuitzondering, namelijk als die voorschriften zien op maatregelen die zijn\ngenoemd in de aanmeldingsnotitie voor de m.e.r.-beoordeling of het\nm.e.r.-beoordelingsbesluit. Uit die documenten blijkt niet dat de 2 dB\ngeluidreductie als maatregel van belang is geweest om belangrijke nadelige\ngevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen. Er is dus geen\nwettelijke grondslag om het betreffende voorschrift aan de OBM te verbinden. Het\nberoep is gegrond, het besluit over de OBM wordt vernietigd en het college moet\nopnieuw een nieuw besluit gaan nemen. <\/p>\n\n\n\n<p>De\nomwonenden hebben ook hoger beroep ingesteld. Zij stellen dat uit alles blijkt\ndat het voor het college van belang is om de geluidbelasting in de nacht te\nbeperken. Dat is immers steeds de insteek van het college geweest: wel\nvergunning verlenen, maar in de nacht een tandje minder. Maar vanwege het\nwettelijke systeem kon het college dus geen voorschrift aan de OBM verbinden\nwaarmee de geluidsbelasting wordt beperkt. <\/p>\n\n\n\n<p>Het\nis afwachten welk besluit er nu wordt genomen en of het college nog ruimte\nheeft om de vergunning te weigeren. Binnen de wettelijke systematiek lijkt dat\nsteeds moeilijker te worden. <\/p>\n\n\n\n<p><strong>Meten en rekenen<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Vrachtwagenbewegingen Nederweert: <\/strong>ABRvS 23 oktober 2019, <a href=\"https:\/\/www.raadvanstate.nl\/uitspraken\/@118120\/201900223-1-r1\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\">ECLI:NL:RVS:2019:3584<\/a><\/p>\n\n\n\n<p>Op\nhet perceel van een voormalige veehouderij wordt een grondverzet- en\nloonwerkbedrijf ge\u00ebxploiteerd. Het bestemmingsplan wordt hiervoor aangepast. In\nberoep staat onder andere de beoordeling van de indirecte hinder ter discussie.\nKunnen de verkeersbewegingen van met name zwaar vrachtverkeer voldoen aan de\nrichtwaarde uit de VNG-brochure van 50 dB(A) etmaalwaarde?<\/p>\n\n\n\n<p>In\nhet akoestisch rapport zijn twee situaties beschouwd. Er is een worst case\nscenario onderzocht met 235 verkeersbewegingen per etmaal. En een scenario met\n62 verkeersbewegingen per dag. Dat laatste sluit aan bij de regels van het\nbestemmingsplan, waarin is bepaald dat het bedrijf niet in gebruik mag zijn als\nop deze locatie het aantal bedrijfsmatige vervoersbewegingen via de inrit\nBloemerstraat meer bedraagt dan in totaal 62 vervoersbewegingen per dag. Van\ndeze 62 vervoersbewegingen per dagen mogen er maximaal 44 middelzware en zware\nvervoersbewegingen betreffen.<\/p>\n\n\n\n<p>Uitgaande\nvan 62 verkeersbewegingen is de geluidbelasting van 43 dB(A) in de dagperiode\nen 35 respectievelijk 25 dB(A) in de avond- en nachtperiode. Het worst case\nscenario met 235 verkeersbewegingen leidt tot geluidsbelastingen van 46\/43\/39\ndB(A). Conclusie van het rapport is dat aan de richtwaarde wordt voldaan.<\/p>\n\n\n\n<p>Appellant\nstelt dat onjuiste bronvermogens zijn gehanteerd voor het vrachtverkeer. Er is\ngerekend met een bronvermogen van 103 dB(A). Dit is volgens de Afdeling een\nbruikbaar bronniveau, gelet op de verwijzing van de raad naar het artikel\n\u201cGeluidemissie van langzaam rijdende vrachtwagens, een update na 10 jaar\u201d in\nhet tijdschrift Geluid van maart 2019. In dat artikel word geconcludeerd dat\nhet gemiddelde geluidvermogen van dieselvrachtwagens in 2018 bij een snelheid\nvan 35 km per uur 103 dB(A) was. <\/p>\n\n\n\n<p>Appellant\nvoert daarnaast aan dat er onvoldoende rekening is gehouden met het rijden over\nklinkers of grastegels. Dan zal de geluidbelasting volgens de contra-expertise\nvan appellant met 6 dB toenemen. Volgens de Afdeling is er geluidruimte voor\nextra geluid als gevolg van het rijden over grastegels. Gezien de planregels is\nde geluidbelasting die optreedt bij 62 vervoersbewegingen bepalend. Bovendien is\nin het rapport al het verkeer zowel aan de noordelijke als zuidelijke richting\ntoegerekend, terwijl de raad heeft toegelicht dat dit verkeer in de praktijk\nvoor de helft over beide richtingen zal worden verdeeld. In de nachtperiode\nhoeft overigens geen rekening te worden gehouden met het rijden over\ngrastegels, omdat er in de nachtperiode niet of nauwelijks tegemoetkomend\nverkeer aanwezig zal zijn. <\/p>\n\n\n\n<p>Het\nliefste zou appellant zien dat het bedrijf via een andere weg wordt ontsloten.\nUit het verkeerskundig rapport dat appellant heeft laten opstellen blijkt dat\ndie alternatieve route geschikter en veiliger is. Dat wordt door de gemeente\nook onderschreven. Niettemin komen de verkeersdeskundigen van beide partijen\ntot de conclusie dat de gekozen ontsluitingsroute qua capaciteit ook is\nberekend op het verkeer van het bedrijf. De keuze voor deze ontsluiting is\ndaarom niet onaanvaardbaar. <\/p>\n\n\n\n<h3 class=\"wp-block-heading\"><strong>Bouwbesluit<\/strong><\/h3>\n\n\n\n<p><strong>Waterval Eindhoven:<\/strong> ABRvS 6 november 2019, <a href=\"https:\/\/www.raadvanstate.nl\/uitspraken\/@118299\/201900445-1-a1\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\" aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\">ECLI:NL:RVS:2019:3723<\/a><\/p>\n\n\n\n<p>Buurman,\nmag de waterval wat zachter? Sommige mensen vinden het geluid van een waterval\nrustgevend. Maar als je er niet voor gekozen hebt om naast een waterval te gaan\nwonen, kan het vervelend zijn dat je buurman wel een groot fan is. In Eindhoven\nleidde tot een handhavingsverzoek. <\/p>\n\n\n\n<p>Het\ncollege zag zich voor de vraag gesteld welke geluidnorm op deze waterval zou\nmoeten worden losgelaten. Het Activiteitenbesluit is niet van toepassing op dit\nsoort persoonlijke liefhebberijen. Het college heeft daarom bekeken of er\nsprake is van een overtreding van artikel 7.22 van het Bouwbesluit. Op grond\ndaarvan is het verboden om \u201cop een open erf of terrein voorwerpen te plaatsen\nof te hebben of handelingen te verrichten waardoor op voor de omgeving\nhinderlijke of schadelijke wijze overlast wordt veroorzaakt door geluid\u201d. <\/p>\n\n\n\n<p>Dit\nis een restbepaling die kan worden gebruikt wanneer er geen andere regelgeving\nvan toepassing is die kan worden toegepast om op te treden tegen overmatige\nhinder. Wanneer is er dan sprake van overmatige hinder? Het college besluit de\nnormstelling van het Activiteitenbesluit overeenkomstig toe te passen en toetst\naan de geluidgrenswaarden van 50, 45 en 40 dB(A) in de dag, avond- en\nnachtperiode. Appellante meent dat in een rustige woonwijk geluidgrenswaarden\nvan 45, 40 en 35 dB(A) gelden. En uit het akoestisch onderzoek blijkt dat aan\ndie normen niet kan worden voldaan.<\/p>\n\n\n\n<p>De\nAfdeling toetst de beoordeling van het college marginaal. Het is aan het\ncollege om invulling te geven aan het begrip overmatige hinder. Dat mag door\naansluiting te zoeken bij het Activiteitenbesluit. Het college heeft in\nredelijkheid kunnen stellen dat de waterval in de vijver geen overmatige hinder\nals bedoeld in artikel 7.22 van het Bouwbesluit veroorzaakt. <\/p>\n\n\n\n<p>Deze\nwaterval klettert voorlopig dus naar hartenlust verder. Wellicht volgt er nog\neen civielrechtelijke procedure.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Auteur: Dani\u00eblla Nijman, Halsten advocaten Een selectie van de uitspraken die van 23 oktober tot met 20 november zijn gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: Nadeelcompensatie Bouwhinder tunnel A9 Gaasperdammerweg: ABRvS 30 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3638 Stel je voor. Je koopt in 2007 een huis in Amsterdam. Je weet dat de A9<\/p>\n<p class=\"more-link\"><a href=\"https:\/\/geluidnieuws.nl\/home\/overzicht-jurisprudentie-november-2019\/\" class=\"themebutton\">Read More<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_exactmetrics_skip_tracking":false,"_exactmetrics_sitenote_active":false,"_exactmetrics_sitenote_note":"","_exactmetrics_sitenote_category":0,"footnotes":""},"categories":[61,31],"tags":[],"class_list":["post-4560","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-algemeen","category-jurisprudentie"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/geluidnieuws.nl\/home\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/4560","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/geluidnieuws.nl\/home\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/geluidnieuws.nl\/home\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/geluidnieuws.nl\/home\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/geluidnieuws.nl\/home\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=4560"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/geluidnieuws.nl\/home\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/4560\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":4561,"href":"https:\/\/geluidnieuws.nl\/home\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/4560\/revisions\/4561"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/geluidnieuws.nl\/home\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=4560"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/geluidnieuws.nl\/home\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=4560"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/geluidnieuws.nl\/home\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=4560"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}