
Onderzoekers zijn erachter gekomen dat plagen, zoals die van de eikenprocessierups, een gevolg zijn van lawaai en licht. In Amsterdam ontdekten VU-ecologen dat neprupsen op dergelijke plekken niet werden opgegeten door vogels. De vogels mijden dus zulke locaties.
De ecologen maakten met boetseerklei 114 rupsen die ze in 38 zomereiken hingen. Het aantal vogels dat de rups wilde opeten was na te gaan door de sporen van snavels te tellen. Deze data combineerden ze met satellietgegevens en gemeentemodellen met informatie over de hoeveelheid geluid en lichtvervuiling. Er bleek een direct verband te zijn.
Het onderzoek werd uitgevoerd om na te gaan in hoeverre de mens de biodiversiteit verstoort. Als de mate hiervan bekend is, kan dit volgens de onderzoekers mogelijk worden tegengegaan met geluidwallen en natuurlijke barrières. Amsterdam was de ideale locatie, omdat er veel mensen wonen, maar er is ook een dicht netwerk van parken met bomen aanwezig.
Nu willen de onderzoekers nagaan of er ook daadwerkelijk meer insectenplagen voorkomen doordat de vogels de drukke plekken mijden. Met onderzoek naar schade aan bladeren willen ze onderzoeken of de bomen hierdoor minder gezond zijn. Naast de eikenprocessierups gaat het hierbij ook om kevers en andere eikenbladeneters.
Niet alle vogels gaan het lawaai dat de mens veroorzaakt uit de weg. Eén van de onderzoekers geeft aan dat kraaien, duiven en meeuwen zich juist wel in de luidruchtigste delen van de stad bevinden. Vooral insecteneters mijden het geluid.
Bron: het Parool, BNNVARA
