
Fanfare Irene heeft begin december twaalf uur lang muziek gespeeld. Door een halve dag geluid te maken, hopen ze geld op te halen voor instrumenten en uniformen.
Marith de Jong, lid van de pr-commissie geeft bij de Stentor het volgende aan: „Een streefbedrag is er niet echt, maar deze dag moet wel een flink bedrag opleveren.” Lotte Gunnink, coördinator van de marchingband, geeft aan dat de vereniging blijft groeien, waardoor er meer instrumenten nodig zijn. Daarnaast zijn sommige instrumenten al 60 jaar oud en dus toe aan vervanging. Zo zijn er zes nieuwe bassen nodig. Deze kosten per stuk 7.400 euro. Ook zijn er 25 uniformen nodig voor de juniorenband. Dit kan met pet en schoenen al 1.000 euro kosten.
„Het is een idee van dirigent Arno Groeneveld. Hij heeft het bij een andere vereniging ook al eens gedaan”, vertelt De Jong bij de Stentor. „En met alle onderdelen van de vereniging is het ook een gezellige dag en goed voor de onderlinge band.”
Het geld wordt opgehaald doordat de muzikanten zich laten sponsoren per uur. Hoeveel uur ze spelen mogen ze zelf bepalen. De dag begint om 8.00 uur met muziekrepetites van de junioeren en senioren. Daarna wordt er door het blaaskapel De Notenkrakers gespeeld, waarna er ruimte is voor het slagwerk. De middag begint met de marchingband. Tenslotte wordt de muziekmarathon afgesloten met een veilingconcert. Gunnink bij de Stentor: „Mensen kunnen bieden op muzieknummers, waarop wij de hele dag hebben gerepeteerd. Als er genoeg wordt geboden, gaan we gerust nog even door.”
De muziekanten van Irene zijn niet zomaar de doorsnee muziekanten. In 2022 wonnen 50 van hen het Wereld Muziek Concours. Ook in 2026 zullen zij weer meedoen.
Bron: de Stentor
