Auteurs: Daniëlla Nijman en Janneke van Eekeren, Halsten advocaten

Een selectie van de uitspraken die in juni 2026 zijn gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“de Afdeling”). Over een sportpark met multifunctionele schermen en de borging van gevelwering in planregels. Een discussie over nestgeluid van een bedrijf in de haven leidt tot de vraag wie eigenlijk belanghebbende is bij de toetsing aan de gevelweringseis? Tot slot vergunningsvoorschriften die worden geschorst in afwachting van de bodemprocedure.
Ruimtelijke plannen
Verplaatsing voetbalveld Den Hout, ABRvS 3 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3172
Op het bestaande hoofdveld van voetbalvereniging Irene ’58 in Den Hout (gemeente Oosterhout) worden nieuwe woningen gebouwd. Daarom moet het hoofdveld verplaatst worden. Dit komt te liggen naast het bestaande oefenveld en wordt dus verplaatst naar de zuidkant van Den Hout en worden de sportvoorzieningen geclusterd. De kantine wordt ook verplaatst en er wordt een weg aangelegd vanaf de bestaande weg Ruiterspoor om de sportvelden te kunnen bereiken. Aan deze nieuwe weg worden parkeerplaatsen aangelegd (zo begrijpen wij de plannen uit de website van de gemeente Oosterhout). Enkele bewoners van de weg Ruiterspoor, als ook een milieuvereniging verzetten zich hiertegen, mede vanwege akoestische argumenten.
Ontvankelijkheid milieuvereniging
De gemeente voert aan dat de milieuvereniging niet wordt beschermd door de regelgeving die ziet op de akoestische gevolgen dat dit bestemmingsplan (relativiteitsvereiste) en vindt dat de milieuvereniging niet-ontvankelijk zou moeten zijn. De Afdeling is het daarmee niet eens, omdat het geluid van het sportpark ook invloed heeft op de natuur.
Onvoldoende onderzoek naar geluidgevolgen voor omwonenden
De omwonenden zijn van mening dat niet goed is onderzocht wat de geluidgevolgen zijn voor hun woningen en dat er dus niet kan worden gegarandeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dat standpunt blijkt terecht. Er is in eerste instantie enkel onderzoek gedaan naar het wegverkeerslawaai van de nieuwe weg ten opzichte van de nieuw te bouwen woningen. Dit onderzoek heeft echter niet alle akoestische effecten van de nieuwe plannen in beeld gebracht voor de woningen aan het Ruiterspoor door het extra verkeer naar en van het nieuwe sportpark, het gebruik van het sportpark zelf en de cumulatieve geluidsbelasting met het verkeer van de nieuwe woningen. Of aan de normen van het Activiteitenbesluit kan worden voldaan, is dus niet duidelijk.
Herstelpoging: alsnog akoestisch onderzoek
De gemeenteraad probeert dat gebrek direct te repareren door bij het verweerschrift alsnog een akoestisch onderzoek te overleggen, waaruit blijkt dat kan worden voldaan aan de geluidnormen die gelden voor de sportaccommodatie en dat voor omwonenden een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Daarbij is relevant dat het parkeerterrein pas in gebruik mag worden gehouden na realisatie en instandhouding van een dichte erfafscheiding met een minimale hoogte van 2 meter. Deze dichte erfafscheiding wordt gedefinieerd als een erfafscheiding waarmee lichthinder, veroorzaakt door motorvoertuigen, bij omliggende woningen wordt voorkomen.
Uit het akoestisch rapport blijkt dat het langtijdgemiddelde industrielawaai zal toenemen van 50 tot 61 dB(A) en de cumulatieve geluidbelasting zal met 64 dB(A) slecht zijn. Om de geluidbelasting van het industrielawaai te beperken is ervan uitgegaan dat er een dichte erfafscheiding komt.
We zien u fronsen. De dichte erfafscheiding was toch bedoeld om het ongewenste licht van de voertuigen op het parkeerterrein tegen te houden. Dat moet de Afdeling wellicht ook gedacht hebben.
Erfafscheiding: van lichtwering naar geluidwering
De gemeente betoogt dat de dichte erfafscheiding ook zal fungeren als geluidwering. Deze functie is echter niet goed geborgd, aldus de Afdeling. In het akoestisch onderzoek staat dat een geluidwerend scherm met een geluidwering van ongeveer 2 dB(A) vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening noodzakelijk is. De norm voor die geluidwering is echter niet geborgd in het bestemmingsplan. Daarnaast is de voorwaardelijke verplichting voor de realisatie van die erfafscheiding enkel opgenomen ter hoogte van één van de woningen, voor de overige woningen niet, terwijl uit het akoestisch onderzoek blijkt dat wordt uitgegaan van een geluidwering ook voor de overige woningen. Dat gaat dus niet goed.
Onduidelijkheden over parkeerplaatsen en representatieve bedrijfssituatie
Ook blijkt uit het akoestisch onderzoek dat ervan uit wordt gegaan dat 38 parkeerplaatsen voorlopig niet worden aangelegd. Of dit betekent dat die 38 plaatsen, die wel gerealiseerd kunnen worden, daarom niet zijn meegerekend, is niet duidelijk. Bij een van de woningen van de omwonenden komt op korte afstand de in- en uitrit van het parkeerterrein te liggen. Op die locatie zal er sprake zijn van afremmend en optrekkend verkeer. Daar is in het akoestisch onderzoek geen rekening mee gehouden. Verder is duidelijk geworden tijdens de zitting dat het de vraag is of met de juiste representatieve bedrijfssituatie is gerekend. Er wordt uitgegaan van 62 ipv 94 parkeerplaatsen, 8 ipv 10 voetbalteams en afwijkende gebruikstijden en -dagen.
Door al deze fouten en onduidelijkheden kan er dus niet worden vastgesteld dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woningen van de appellanten.
Geluid parkeerterrein
Daarbovenop komt nog eens dat de gemeente van mening was dat het geluid van het parkeerterrein niet moest worden meegenomen om te bepalen of aan het Activiteitenbesluit wordt voldaan, omdat dit terrein een openbaar terrein wordt en geen deel uitmaakt van de sportaccommodatie. Dat is niet juist, aldus de Afdeling. Duidelijk is namelijk dat het parkeerterrein alleen ten behoeve van de voetbalclub nodig is en aangelegd wordt en mogelijk zelfs wordt voorzien van een afsluiting. Dat betekent dat de geluidimpact van het parkeren moet worden betrokken bij de toetsing aan het Activiteitenbesluit.
De gemeente lijkt zich nog te verweren met het standpunt dat met maatwerkvoorschriften of fysieke maatregelen zoals een geluidsluis kan worden bewerkstelligd dat aan het Activiteitenbesluit kan worden voldaan. Dat staat in het akoestisch onderzoek, maar is niet concreet gemaakt. Een dergelijke mededeling is voor de Afdeling echter niet genoeg, omdat niet duidelijk is of deze maatregelen noodzakelijk zijn of de gemeente deze daadwerkelijk wil treffen.
Relevant is nog te vermelden dat appellanten hadden gesteld dat het akoestische onderzoek erg laat was ingediend en daarom in strijd met de goede procesorde was. De Afdeling stelt dat dat punt niet meer beoordeeld hoeft te worden, omdat het akoestisch rapport toch al niet deugde.
Vernietiging gehele bestemmingsplan
Omdat er nog meer gebreken kleven aan het bestemmingsplan, ziet de Afdeling zich genoodzaakt om geen tussenuitspraak te doen, maar om het gehele bestemmingsplan te vernietigen, aangezien er een onlosmakelijke samenhang is tussen de plandelen voor de woningbouw en het sportpark. De woningbouw is hiermee ook van tafel. Dat is een (misschien wel ouderwets) vergaande uitspraak.
Borging minimale gevelwering in bestemmingsplan Helmond: ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3345
We bespraken de tussenuitspraak van de Afdeling al eerder in het Geluidnieuws van maart 2025. Het bestemmingsplan ’t Hout – De Hoefkens maakt woningbouw van 31 rijwoningen en levensloopbestendige patiowoningen mogelijk op een locatie waar nu een leeg bedrijfspand staat. De locatie ligt naast andere bedrijfspanden. Door de milieucategorie te verlagen van de aanpalende bedrijfsgronden, kon worden voldaan aan de VNG-richtafstanden.
Een van de eigenaren van de naburige bedrijfspanden was in het geding gekomen tegen dit bestemmingsplan, omdat deze eigenaar er niet van overtuigd was dat de bedrijven in zijn bedrijfsverzamelgebouw niet belemmerd zouden worden in hun bedrijfsvoering. Hij had een second opinion laten uitvoeren.
Geluidbelasting door vrachtwagen- en busbewegingen
Met name de vrachtwagen- en busbewegingen en het laden en lossen op het voorterrein van het bedrijfsverzamelgebouw (dat direct tegenover de geprojecteerde woningen is gesitueerd) in de avond- en nachtperiode zouden kunnen betekenen dat er geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De verwachte maximale geluidsniveaus voor laden en lossen op de geprojecteerde woningen zijn in een second opinion berekend tot 65 a 68 dB(A). De maximale geluidniveaus voor het vertrekkende en aankomende vrachtverkeer is berekend tot 69 dB(A). Deze maximale geluidniveaus overschrijden de toegestane grenswaarden uit artikel 2.17 Activiteitenbesluit. Ook de gecumuleerde geluidbelasting was niet beoordeeld.
Opdracht van de Afdeling tot nader onderzoek
De gemeente moest daarom opnieuw onderzoeken wat de impact van deze vrachtwagen- en busbewegingen en het laden en lossen in de avond- en nachtperiode op het voorterrein van het bedrijfsverzamelgebouw betekende voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en mogelijke beperking van de bedrijfsvoering van de bedrijven in het bedrijfsverzamelgebouw. Dat heeft de gemeente gedaan in het herstelbesluit, dat nu ter beoordeling voorligt.
Benodigde gevelgeluidwering: 20 of 28 dB?
Uit akoestisch onderzoek door de gemeente blijkt dat de woningbouw niet tot beperkingen van de bedrijfsvoering van de verschillende bedrijven leidt, ook niet bij gebruik van vrachtwagens in de avond- en nachtperiode. In het geval dat vrachtwagens en bussen arriveren of vertrekken in de avond- of nachtperiode wordt de standaardwaarde op de gevel conform artikel 5.65 van het Bkl wel overschreden. Gelet echter op de minimale standaard gevelgeluidwering van 20 dB wordt ook dan wel voldaan aan de grenswaarde voor de binnenwaarde en zal ter plaatse van de woningen sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat.
Tegen die conclusie verweerde de eigenaar van de bedrijfsgronden zich wederom. Hij liet nogmaals een second opinion uitvoeren. Uit die second opinion bleek dat de woningen een geluidgevelwering van 28 dB(A) moesten hebben, 20 dB(A) was dus niet genoeg. In het bestemmingsplan was niet geborgd dat er een geluidgevelwering moest zijn van 28 dB(A).
Borging in planregels
Voordat de zitting over deze second opinion bij de Afdeling werd gehouden, zag de gemeente kennelijk in dat de eigenaar van de bedrijfsgronden gelijk had en dat de second opinion een terechte conclusie bevatte. Partijen hebben toen afgesproken om deze geluidgevelwering alsnog in de planregels te borgen. Er is een planregel opgesteld dat verplicht om een geluidgevelwering van 28 dB(A) voor alle gevels toe te passen. En er is een planregel opgesteld waarin staat dat het bewonen van een woning zonder een geluidgevelwering van 28 dB(A), als strijdig gebruik wordt geacht.
Procestechnisch hebben partijen praktisch gehandeld, door de Afdeling te vragen om de geformuleerde planregels voor deze borging toe te voegen aan het bestemmingsplan en op die manier zelf in de zaak te voorzien. De Afdeling heeft dat gedaan. Voordeel van deze handelswijze is dat de zaak netjes wordt afgerond en de eigenaar van de bedrijfsgronden procestechnisch gelijk krijgt zodat zijn proceskosten moeten worden vergoed.
Bouwbesluit
Nestgeluid en gevelwering appartementen Schiedam: ABRvS 17 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3507
Het college van Schiedam heeft een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 30 koop- en 119 huurappartementen met commerciële onderbouw in Schiedam. De planologische basis hiervoor is al gelegd in het bestemmingsplan ‘Toernooiveld’.
In deze procedure gaat het alleen nog om de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (op grond van artikel 2.1 aanhef en onder a Wabo). Dit is een gebonden beschikking, waarbij geen belangenafweging meer valt te maken.
Het bedrijf Huisman Equipment B.V. komt op tegen de omgevingsvergunning, omdat niet aan de eisen van het Bouwbesluit zou worden voldaan. Volgens Huisman is het nestgeluid van haar bedrijf onjuist betrokken in de beoordeling. Huisman is gevestigd op het gezoneerde industrieterrein Schiedam-Zuid. Zij exploiteert een inrichting voor het ontwerpen en monteren van hijs- en hefwerktuigen, boorinstallaties en andere installaties voor de offshore industrie en pretparkattracties. De werktuigen en installaties worden gemonteerd op schepen die aan haar kade in de Wiltonhaven zijn afgemeerd. Huisman vreest door de realisatie van de woningen in haar bedrijfsvoering te worden belemmerd. Het gaat haar daarbij met name om de invloed die het zogenoemde nestgeluid van de afgemeerde schepen zal hebben op het geluidniveau in de woningen.
Relativiteitsvereiste
De Afdeling ziet zich voor de vraag gesteld of Huisman een beroep kan doen op de eisen van het Bouwbesluit. Of staat het relativiteitsvereiste daaraan in de weg? De bestuursrechter kan een besluit niet vernietigen als de geschonden rechtsregel niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich erop beroept.
Wiens belangen worden beschermd door de gevelweringseis uit artikel 3.3 van het Bouwbesluit 2012? Het gaat om technische eisen, die strekken ter bescherming van de gezondheid van de bewoners. Hoewel het gaat om de bescherming tegen geluid van buiten, maakt dit volgens de Afdeling niet dat Huisman belanghebbende is.
Huisman vreest voor toekomstige klachten en handhavingsverzoeken van de nieuwe bewoners. De Afdeling houdt er een zeer beperkte opvatting op na: Huisman hoeft namelijk niet bang te zijn voor handhavingsverzoeken over artikel 3.3 van het Bouwbesluit. Degene die aan deze norm moet voldoen is degene die het gebouw realiseert en in stand houdt. Huisman heeft op dit punt dus niets te vrezen.
Nieuwe jurisprudentielijn
De jurisprudentie van de Afdeling over dit onderwerp is niet eenduidig. Beide partijen hebben eerdere uitspraken aangehaald ter onderstreping van hun gelijk. De Afdeling overweegt expliciet dat zij “anders dan is overwogen in de uitspraak van 25 mei 2022” oordeelt dat de geluidnormen kennelijk niet strekken tot bescherming van de belangen van Huisman.
Daarmee is duidelijk dat dit de lijn is die de Afdeling voortaan wenst te hanteren. Wij verwachten dat dit ook onder de Omgevingswet op deze manier zal worden voortgezet als het gaat om toetsing aan het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Beschouwing
Als je het relativiteitsvereiste strikt toepast, is deze uitleg van de Afdeling niet onjuist. Maar wil dat daadwerkelijk zeggen dat Huisman geen rechtens te respecteren belang heeft bij een juiste beoordeling van de gevelwering? Huisman wordt wel degelijk geconfronteerd met nieuwe woningen, met een binnenklimaat dat mogelijk slechter is dan bij de vergunningverlening werd aangenomen. Omwonenden die geluidsoverlast ondervinden, zullen al snel allerlei andere aanknopingspunten vinden om hun handhavingsverzoeken op te baseren. In de visie van de Afdeling is dit een gepasseerd station als het ruimtelijke plan eenmaal de eindstreep heeft gehaald.
Het bedrijf in kwestie maakt zich mogelijk ook zorgen of deze omgevingsvergunning in de toekomst nog tegen haar wordt gebruikt. De wijze waarop aan het Bouwbesluit is getoetst, zegt wellicht iets over de onderliggende aannames die zijn gedaan over het toegestane geluidniveau op de gevel en in welke mate het nestgeluid daarbij is betrokken. Bij een toekomstig besluit kan daarover opnieuw discussie ontstaan.
Aangezien Huisman niet in de positie is om de toetsing van de omgevingsvergunning aan het Bouwbesluit aan de bestuursrechter voor te leggen, is de onderliggende discussie onbeslecht gebleven. Bij een volgend besluit kan het bedrijf naar onze mening niet worden tegengeworpen dat bij het verlenen van de omgevingsvergunning van een bepaalde gevelbelasting is uitgegaan.
Uitspraak rechtbank
De rechtbank heeft in eerste aanleg de discussie over het relativiteitsvereiste in het midden gelaten. De rechtbank heeft de beroepsgronden inhoudelijk beoordeeld en kwam tot de conclusie dat het college terecht heeft geoordeeld dat de omgevingsvergunning in overeenstemming is met het Bouwbesluit. Daarbij volstaat volgens de rechtbank een aannemelijkheidstoets. Omdat de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde – en het besluit dus niet vernietigde – hoefde zij niet te beoordelen of het relativiteitsvereiste een rol speelt.
De geïnteresseerde lezer vindt in de uitspraak van de rechtbank meer context over de problematiek van het nestgeluid en de moeilijkheden om goed vast te kunnen stellen wat er aan Huisman was vergund.
Opvallend zijn ook de afsluitende woorden in deze uitspraak:
Wat betreft de vrees van [naam eiseres] voor mogelijk toekomstige handhavingsverzoeken wegens geluidhinder van de zijde van de bewoners in spe wijst de rechtbank erop dat verweerder ter zitting heeft verklaard dat er na 1 januari 2024 eerst een nieuwe geluidzone moet worden vastgesteld, die in vergelijking met het huidige Besluit tot een hoger niveau zal worden opgerekt. Tot die tijd zal het beleid van verweerder zijn dat (slechts) beoordeeld zal worden of er al dan niet aan de voorschriften van de vigerende milieuvergunning wordt voldaan.
De rechtbank zal iets hebben gehoord over de omzetting naar geluidproductieplafonds. De discussie over het nestgeluid zal daar vrijwel zeker weer oppoppen.
Milieu
Rechtbank verbindt te strikte geluidvoorwaarden aan een omgevingsvergunning: Voorzieningenrechter ABRvS 17 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3467
Deze uitspraak kent een lange voorgeschiedenis zo blijkt uit de uitspraak. In 2017 is een omgevingsvergunning (revisievergunning) verleend door de gemeente Gemert-Bakel voor de uitbreiding van een productiecapaciteit van diervoeders van 275.000 ton per jaar naar 390.000 ton per jaar (geperste- en meelproducten). De uitbreiding wordt gerealiseerd door een uitbreiding van het aantal werkbare uren met de bestaande maal-/menglijn en perslijnen die geoptimaliseerd worden (volcontinu bedrijfsproces).
Dat betekent in de praktijk onder meer dat het de bedoeling was dat ook in de avond en ’s nachts vrachtwagens naar en van de installatie zouden rijden en er activiteiten zijn op het terrein van de inrichting.
Twee omwonenden waren het daar niet meer eens en hebben tegen die omgevingsvergunning geprocedeerd (onder meer) vanwege de geluidbelasting in de avond en nacht en in het weekend.
Inschakeling StAB
In de Rechtbankprocedure (ECLI:NL:RBOBR:2025:7680) is de StAB ingeschakeld. Uit het rapport van de StAB blijkt dat diverse aspecten m.b.t. het akoestisch onderzoek van de ondernemer niet in overeenstemming zijn met de feitelijke situatie, onder meer ten aanzien van de inrichtingsgrens. Ook plaatst zij kritische kanttekeningen bij de modellering van de geluidbronnen, onder andere omdat de rijbewegingen en rijroutes van de vrachtwagens anders zijn dan in de praktijk. Als de geluidbronnen zouden worden geplaatst op de waargenomen feitelijke situatie zou dit tot een hogere berekende geluidsbelasting bij de woningen van de omwonenden leiden.
De Rechtbank stelt vast dat het akoestisch onderzoek uitgaat van een onduidelijke representatieve bedrijfssituatie die niet geheel aansluit bij de feitelijke bedrijfsvoering. De gemeente had het akoestisch onderzoek niet aan de omgevingsvergunning ten grondslag mogen leggen.
Voorwaarden verbonden aan vergunning
Partijen hebben tijdens de procedure bij de Rechtbank al diverse malen overleg met elkaar gehad over een reeks van middelvoorschriften om de geluidoverlast te voorkomen. Tijdens een tweede zitting bij de Rechtbank op het terrein van de ondernemer hebben partijen uitgebreid met elkaar gesproken onder begeleiding van de Rechtbank. Dat is opmerkelijk, maar wel praktisch. Naar aanleiding van die “locatie-zitting” heeft de Rechtbank een aantal conceptvoorschriften voorgelegd aan partijen, die daarop hebben gereageerd. Naar aanleiding hiervan heeft de Rechtbank voorwaarden verbonden aan de omgevingsvergunning. Te strikt blijkt uit de hier voorliggende uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling.
De ondernemer was van mening dat deze strikte voorwaarden niet werkbaar en realistisch waren en heeft hoger beroep in gesteld, maar dus ook een voorlopige voorziening aangevraagd om deze voorwaarden te schorsen totdat er een einduitspraak van de Afdeling is. De ondernemer krijgt gelijk van de voorzieningenrechter.
Achteruitrijsignalering
Een van de strikte voorwaarden ging over achteruitrijsignalering. De voorwaarde luidde:
“Er mag binnen de inrichting geen gebruik worden gemaakt van transportmiddelen met een hoorbare achteruitrijsignalering tenzij dit gebruik in de toekomst wettelijk verplicht is en er geen alternatieven zijn.”
De ondernemer bepleitte dat zij geen invloed heeft op het gebruik van achteruitrijsignalering door bijvoorbeeld externe, niet vaste transporteurs of gemeentelijke ophaaldiensten en dat bij bepaalde typen vrachtwagens het niet mogelijk is om deze signalering uit te zetten. De ondernemer stelde dat het dus voor de hand ligt dat er overtredingen van deze voorwaarde zullen plaatsvinden en dat dat onevenredig bezwarend is, temeer nu het voorschrift niet noodzakelijk is om aan de geluidgrenswaarden te kunnen voldoen. De voorzieningenrechter was het hiermee eens en schorst deze voorwaarde volledig.
Geluidscherm
De Rechtbank had in zijn uitspraak d.d. 24 november 2025 ook de voorwaarde opgelegd dat er uiterlijk 24 mei 2026 een geluidscherm van 3 meter hoog of een minimaal gelijkwaardige voorziening aan twee zijden van het bedrijfsperceel zou moeten zijn opgericht. De ondernemer kreeg dus 6 maanden de tijd om dat te verwezenlijken.
De ondernemer heeft getracht die 6 maanden termijn te halen. Op 15 januari 2026 heeft zij een omgevingsvergunning voor een geluidscherm aangevraagd. Omdat deze omgevingsvergunning pas op 9 april 2026 werd verleend en toen dus ook pas de termijn van 6 weken voor het indienen van bezwaren ging lopen (dus tot 22 mei 2026), werd het erg krap om aan de 6 maanden termijn te voldoen. Die zou immers 2 dagen na afloop van de bezwarentermijn verlopen. Gezien de hoogte van de investering (195.000 EURO) was het niet realistisch om aan de 6 maanden termijn te kunnen voldoen.
De voorzieningenrechter geeft de ondernemer daarin gelijk en verlengt op verzoek van de ondernemer de termijn naar 24 oktober 2026.
Ook ten aanzien van een aantal andere voorwaarden krijgt de ondernemer gelijk en past de voorzieningenrechter de voorwaarden aan.
Deze zaak is nog niet ten einde, omdat er nog een uitspraak in de bodemzaak bij de Afdeling moet komen.
Afbeeldingen bij onze artikelen zijn enkel ter illustratie. Het is niet altijd een exacte weergave van de situatie.
