
De provincie Utrecht vindt het belangrijk dat energie voor alle inwoners betaalbaar blijft én duurzaam opgewekt wordt. In hun nationaal Klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategie (RES) hebben provincie en gemeenten samen afgesproken om energie op te wekken met zonnepanelen én windmolens. Zo willen ze de kosten laag te houden maar ook het energienet beter benutten. De provincie vindt echter dat de verhouding tussen zonnepanelen en windmolens in de provincie uit balans raakt. Hierdoor kan de levering van energie steeds moeilijker worden. De provincie Utrecht wil daarom helderheid scheppen in welke gebieden windenergie mogelijk is. Hiervoor zijn milieuonderzoeken nodig.
Onderzoek naar mogelijke locaties
De komende periode worden deze onderzoeken door een onafhankelijk bureau opgesteld. Dit wordt een Milieu Effect Rapport (MER) genoemd. Gemeenten kunnen deze informatie gebruiken om zelf met windenergie aan de slag te gaan of dit door ons te laten doen. De rapportage schept duidelijkheid voor gemeenten, inwoners en bedrijven. Het geeft inzicht in de milieugevolgen op het gebied van geluid, gezondheid, natuur en vele andere onderwerpen. Deze kennis van de gebieden is nodig om keuzes te kunnen maken én om de gezamenlijk afgesproken doelstellingen in 2030 te kunnen halen.
Windenergie biedt volgens de provincie kansen voor gemeenten en inwoners. Voor de provincie Utrecht is een belangrijk uitgangspunt dat de windmolen minimaal voor 50 procent in bezit komt van de lokale gemeenschap. Gemeenten en inwoners gaan dan zelf bepalen wat er met de opbrengsten van de windmolen gedaan wordt. Zo kunnen de opbrengsten bijvoorbeeld worden ingezet om energiearmoede tegen te gaan of om maatschappelijke voorzieningen te ondersteunen. Met de inzet van windmolens in lokaal beheer zorgen provincie, gemeenten en inwoners er samen voor dat energie in de toekomst beschikbaar en betaalbaar blijft.
Gedwongen plaatsing
De provincie geeft aan gemeenten die weigeren windmolens te plaatsen op locaties die daarvoor wél geschikt blijken als het echt moet te willen dwingen. Maar de provincie hoopt dat het nooit zo ver zal komen: het vinden van lokaal draagvlak wordt belangrijker gevonden. Naast de milieuonderzoeken die gedaan worden, gaat de provincie dan ook in gesprek met gemeenten en regionale partijen om te vernemen welke randvoorwaarden voor hen van belang zijn, zoals bijvoorbeeld het tegengaan van energiearmoede of de uitwerking van het uitgangspunt van 50 procent lokaal eigenaarschap. Via een enquête zullen ze ook bij inwoners ophalen welke criteria van belang zijn voor de keuze waar windenergie komt.
Tegengeluid
Statenlid René Dercksen, lijsttrekker van BVNL-Utrecht, is het er niet mee eens dat de provincie gemeentes wil dwingen windturbines te plaatsen. “Laat de kiezers bepalen of en waar zij windmolens willen hebben, zeker nu de weerstand onder de bevolking toeneemt. Windmolens veroorzaken niet alleen overlast van knipperende verlichting, geluid en slagschaduw voor omwonenden, ze brengen ook veiligheids- en gezondheidsrisico’s met zich mee. Trillingen en laag frequent geluid van de windmolens zullen in een groot gebied voelbaar zijn, wat tot serieuze gezondheidsproblemen kan leiden. Een substantieel deel van omwonenden nabij windturbines rapporteert wereldwijd klachten, zoals chronische slaapproblemen, hoofdpijn, tinnitus, een drukgevoel op de oren, prikkelbaarheid, concentratie- en geheugenproblemen, en angstgevoelens. Ophouden dus met dat gedram.”
Bronnen: Provincie Utrecht, Algemeen Dagblad, VARNWS.nl
