
De gemeente Dronten moet daadwerkelijk gaan meten hoeveel geluid de 61 windturbines van Windplanblauw bij Swifterbant veroorzaken. De Raad van State heeft bepaald dat de gemeente niet mag wachten op een uitspraak in de bodemprocedure.
De metingen zijn het gevolg van klachten van 120 omwonenden over geluid van het windpark. Zij vinden dat de gemeente onvoldoende heeft onderzocht hoeveel geluid de turbines bij hun woningen veroorzaken. Dronten baseerde zich tot nu toe vooral op de geluidsgegevens van de fabrikanten en bijbehorende berekeningen.
Meten in plaats van alleen berekenen
Volgens de Raad van State zijn die berekeningen niet voldoende om vast te stellen of de windturbines daadwerkelijk voor geluidsoverlast zorgen. De gemeente moet zelf feiten verzamelen en onderzoeken of sprake is van een overtreding van de geluidsnormen.
Het uitvoeren van de metingen is volgens Dronten ingewikkeld en kostbaar. Zo moet rekening worden gehouden met verschillende weersomstandigheden en met het grote aantal turbines. Ook is de relevante geluidsnorm gebaseerd op de gemiddelde geluidbelasting over een heel jaar.
De gemeente stelde eerder dat metingen bij woningen lastig en duur zijn en mogelijk geen betrouwbare gegevens opleveren. Ook metingen bij de windturbines zelf zouden volgens de gemeente niet eenvoudig zijn.
Geluid van windturbines onderzoeken
De Raad van State vindt de opdracht ondanks de praktische bezwaren niet onuitvoerbaar. De gemeente moet daarom zo snel mogelijk beginnen met het verzamelen van meetgegevens. De Utrechtse rechtbank had Dronten eerder vijftien maanden gegeven om het geluidsonderzoek uit te voeren. De resultaten kunnen vervolgens worden gebruikt bij de verdere beoordeling van de klachten van omwonenden.
De zaak laat zien dat berekende geluidbelasting en daadwerkelijk gemeten geluid niet altijd als hetzelfde kunnen worden beschouwd. In dit geval moet met metingen worden vastgesteld hoeveel geluid de windturbines in de praktijk veroorzaken en of dit overeenkomt met de berekeningen en geldende normen.
Bron: Omroep Flevoland, FlevoPost
