
De Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG) heeft een richtlijn voor gemeenten voorgesteld om burenlawaai tegen te gaan. Hiermee wordt invulling gegeven aan de Wet aanpak woonoverlast (Waw), ook wel de ‘Aso-wet’ genoemd.
Ongeveer een half miljoen Nederlanders ondervinden zodanig hinder van hun buren of omwonenden dat hun dagelijks leven ernstig wordt verstoord. Dat aantal neemt eerder toe dan af, weet directeur Erik Roelofsen van de NSG. Door het vele thuiswerken ten gevolge van de coronamaatregelen is het aantal overlastmeldingen bij de NSG met zo’n 20% gegroeid ten opzichte van vorig jaar. De meldingen gaan vooral over het vele thuisklussen en het draaien van harde muziek.
‘Aso-wet’
Om die hinder te kunnen aanpakken is op 1 juli 2017 de ‘Wet aanpak woonoverlast’ in werking getreden. Vanaf dat moment kunnen burgemeesters een gedragsaanwijzing opleggen aan inwoners die langdurig voor veel overlast zorgen. De overlastgevende bewoner krijgt dan een persoonlijke brief met daarin heel concreet wat hij moet doen of laten, zodat de overlast voor omwonenden stopt. Doet hij er niets mee, dan kan de gemeente een boete opleggen. De inzet van de gedragsaanwijzing is bedoeld voor als het voorportaal van waarschuwingen en bemiddeling geen soelaas heeft geboden. De gemeenteraad moet de Waw-bevoegdheden formeel aan de burgemeester toekennen in de APV (Algemene plaatselijk verordening). Welke gedragsaanwijzingen de burgemeester kan geven, hangt af van wat de gemeenteraad in de verordening heeft vastgesteld.
In zijn advies raadt de NSG gemeenten aan de mogelijkheden van de Aso-wet te benutten om specifiek extreme geluidoverlast aan te pakken en in hun APV hierover expliciet een artikel met geluidsnormen op te nemen. Volgens Roelofsen zijn gemeenten onvoldoende op de hoogte van de mogelijkheden die de Waw biedt om ook extreem burenlawaai aan te pakken. ‘Tot nu toe maken maar weinig gemeenten hier gebruik van. Ik schat tot nu toe slechts een vijfde. Dus ook op die optie willen we gemeenten wijzen in ons advies’, aldus Roelofsen in Gemeente.nu.
Geluidsnormen
Voor het geluid dat afkomstig is van buren, bestaan geen wettelijke normen. De stichting adviseert om voor deze vorm van geluid bij het Activiteitenbesluit milieubeheer aan te sluiten, met normen tussen de 25 (’s nachts) tot 35 dB (overdag). Voor incidentele verhogingen, zogeheten piekgeluiden, kunnen gemeenten dan een waarde aanhouden die maximaal 20 dB hoger is, dus tot 55 overdag. “Gemeenten kunnen zo eigen burenlawaainormen hanteren,” licht Roelofsen toe. De NSG helpt gemeenten in het advies met een stappenplan om probleemsituaties goed in kaart te brengen, met onder meer geluidsmetingen.
Bronnen: Gemeente.nu, Nederlandse Stichting Geluidshinder.
