Rekenmodel spoortrillingen klaar voor gebruik

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft, in samenwerking met een consortium van experts, het rekenmodel Spoortrillingen ontwikkeld. Met dit rekenmodel kunnen de verwachte trillingsniveaus bij woningen door het spoorverkeer eenduidig worden berekend. Ook biedt het de mogelijkheid om de omvang van de blootstelling aan trillingen eenvoudiger in beeld te brengen en te monitoren.

Trillingen door treinen kunnen overlast veroorzaken voor omwonenden. Mensen kunnen last hebben van slaapproblemen en andere gezondheidsklachten. Ook kunnen ze bang zijn voor schade aan woningen. “Daarom is het van belang dat bij het maken van plannen op het spoor en in de bebouwde omgeving rekening kan worden gehouden met mogelijke overlast”, aldus het RIVM in een persbericht. “Wat is bijvoorbeeld het effect als een ander type goederentrein gaat rijden op een bestaand spoortraject? En hoe groot is bijvoorbeeld de kans op spoortrillingen bij nieuwbouw vlakbij het spoor?”

Standaard rekenmethode

Uit een inventariserend onderzoek van het RIVM bleek dat er verschillende rekenmodellen werden gebruikt om trillingen te berekenen. Elk ingenieursbureau rekende op zijn eigen manier. Er was geen standaard rekenmethode waarmee voorspellingen konden worden gedaan over de te verwachten trillingsniveaus. Ook bleek dat geen van deze gebruikte methodes geschikt is om als uniforme rekenmethode te worden geïntroduceerd. Met het nieuwe rekenmodel Spoortrillingen worden op een gestandaardiseerde manier voorspellingen gedaan.

In mei van dit jaar heeft het RIVM de eerste versie van het rekenmodel ter beschikking gesteld aan professionele gebruikers. Deze gebruikers zullen het model de komende periode inzetten en testen. De ervaringen en resultaten worden gebruikt voor een voortgaande validatie, waarmee het model in de nabije toekomst wordt verbeterd en verfijnd.

Bronnen: RIVM, NVDO.