Tweejarig onderzoek naar nachtlawaai in Leuven

Hoeveel nachtlawaai is er rond de uitgaansbuurten van Leuven en kunnen feestvierders worden gestimuleerd om ’s nachts stiller te zijn? De stad Leuven, KU Leuven, stad Gent en UGent onderzochten de afgelopen jaren het nachtlawaai in de stad. Met geluidsensoren werd het geluid op verschillende locaties gemeten en daarnaast werden verschillende maatregelen getest.

Metingen van de gluidspieken
In Leuven werd het nachtlawaai onder meer gemeten in zogenoemde doortrekkersstraten: routes die feestvierders gebruiken om vanuit het uitgaansgebied naar huis te gaan. De sensoren analyseerden geluidspieken vanaf 70 dB tussen 22.00 en 06.00 uur.

In 2025 werden op 27 meetlocaties ruim 240.000 geluidspieken geregistreerd. Het grootste deel daarvan was afkomstig van wegverkeer. Ongeveer 28 procent van de pieken werd veroorzaakt door mensen die riepen of zongen. De meeste geluidspieken werden gemeten tijdens de nachten van woensdag, donderdag en vrijdag. Vooral tussen 22.00 en 01.00 uur liep het aantal pieken op. Op jaarbasis werden de meeste pieken geregistreerd in oktober, november, december en maart.

Volgens de stad leveren de metingen waardevolle objectieve gegevens op. Waar eerder vooral meldingen en observaties van inwoners beschikbaar waren, kan nu beter worden vastgesteld waar en wanneer geluidspieken optreden.

Stemgeluid zorgt voor hinder
Hoewel wegverkeer de meeste geluidspieken veroorzaakt, blijkt uit het onderzoek dat omwonenden zich vooral storen aan het stemgeluid van feestvierders. Dat vormde de aanleiding om verschillende manieren te testen om het gedrag van uitgaanspubliek te beïnvloeden. Zo werd geëxperimenteerd met aangepaste straatverlichting, geluidsborden en lichtprojecties. Op verschillende locaties verschenen ’s nachts boodschappen op straat. In de Janseniusstraat werd een bewegende projectie gebruikt om de overgang tussen uitgaansgebied en woongebied zichtbaar te maken.

De resultaten waren wisselend. Op sommige locaties leek een interventie effect te hebben, terwijl andere maatregelen nauwelijks effect hadden of zelfs averechts konden werken. Factoren zoals de drukte, het type straat en het weer kunnen daarbij een rol spelen. In de Janseniusstraat zorgden bewegende, visueel opvallende projecties gedurende een deel van de nacht voor ongeveer 30 procent minder geluidspieken. De onderzoekers plaatsen hierbij wel een kanttekening: het aantal gemeten pieken op deze locatie was beperkt.

Geen standaardoplossing
Volgens KU Leuven-onderzoeker Siegfried Dewitte laten de resultaten zien dat er geen maatregel is die overal hetzelfde werkt. Zo kan het bewust maken van feestvierders van het feit dat ze door een woonbuurt lopen mogelijk helpen. Een duidelijkere afbakening tussen uitgaans- en woongebieden kan daarom interessant zijn, maar ook dit vraagt nog om verder onderzoek.

Het onderzoek laat daarmee vooral zien hoe metingen kunnen helpen om nachtlawaai beter te begrijpen. De gegevens maken zichtbaar welke bronnen, locaties en tijdstippen de meeste geluidspieken opleveren. Tegelijkertijd blijkt dat de aanpak van nachtlawaai maatwerk vraagt: een maatregel die op de ene locatie werkt, hoeft op een andere plek niet hetzelfde effect te hebben.

Bronnen: Stad Leuven, Vrt