Antwoord aan Kamercommissie op Aanvullingswet

De minister heeft antwoord gegeven aan de vaste Eerste-Kamercommissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving over het voorstel voor de Aanvullingswet geluid Omgevingswet en het ontwerp van het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet. Het betreft de antwoorden op de tweede reeks vragen over de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid van de Eerste Kamer.

We lichten uit het 23 pagina’s tellende document twee onderwerpen uit, namelijk over de balans tussen beschermen en benutten, en over de geluidluwe gevel.

Geluidluwe gevel

GroenLinks, PvdA, Fractie-Otten, 50PLUS en OSF reageren op de uitspraak dat het beginsel ‘decentraal, tenzij’ zich verzet tegen een generieke eis tot een geluidluwe gevel. Zij stellen dat het opportuun zou zijn vanuit het oogpunt van bescherming van de gezondheid de regeling voor de geluidluwe gevel om te keren. Zij stellen dat het goede de norm zou moeten zijn en het afwijken een incident. Zij vragen om een reactie van de regering hierop.

De minister is net als deze leden van mening dat het goede – een geluidluwe gevel – de norm moet zijn en het afwijken een incident. Dat is, volgens de minister, precies de werking van de instructieregel zoals die nu is opgenomen: bij overschrijding van de grenswaarden wordt “rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel”.

De regering heeft vanuit het oogpunt ‘decentraal, tenzij’ niet willen voorschrijven dat gemeenten in situaties tussen standaardwaarde en grenswaarde ook rekening houden met het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel. Hoewel het ook in dergelijke situaties wenselijk is dat een woning een geluidluwe gevel heeft, wordt het maken van beleid hierover overgelaten aan de gemeenten.

De gemeente kan in beleid voorwaarden stellen waaronder zij gebruik zal maken van de beleidsruimte tussen standaardwaarde en grenswaarde. Daarbij kan worden gedacht aan voorwaarden die onder de Wet geluidhinder waren verbonden aan de vaststelling van de zogenoemde hogere waarden. Een voorbeeld daarvan is het eisen van een geluidluwe buitenruimte die grenst aan een geluidluwe gevel, of kwantitatieve eisen aan het geluid op een geluidluwe gevel.

In de gesprekken over de laatste uitvoeringspunten is met de VNG besproken dat het ter verduidelijking wenselijk is om dit alsnog tot uitdrukking te brengen in het Aanvullingsbesluit door te bepalen dat het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel ook in situaties tussen standaardwaarde en grenswaarde wordt “betrokken in de overwegingen”.

Beschermen en benutten

D66 vraagt hoe wordt voorkomen dat de balans bij geluid maximaal doorslaat naar benutten. Ook vragen zij naar de gevolgen voor de gezondheid van mensen.

De minister: “Juist regionale en lokale besturen zijn in staat om een weloverwogen afweging te maken over de balans tussen beschermen en benutten die rekening houdt met de regionale en lokale omstandigheden. Dat doen zij al tientallen jaren, zowel bij hun taken op gebied van de ruimtelijke ordening als bij hun milieutaken.”