Verslag Inter-Noise 2021 in virtueel Washington.

Is digitaal het helemaal?

Door Carel Ostendorf (Cauberg Huygen)

Inter-Noise 2021 werd virtueel gehouden in Washington want het hele congres was online. Het was  alweer de 50ste editie van dit “International Congress and Exposition on Noise Controle Engineering” en de 2e online editie. De keuze voor Washington was niet geheel toevallig. De eerste editie van het congres vond in 1972 ook plaats in Washington en dan is het mooi om daar voor de speciale 50ste editie weer terug te komen. Het thema van Inter-Noise 2021 was: “Next 50 years of noise control”.

Van 1 t/m 5 augustus (voor Nederland zelfs 6 augustus) vonden 688 presentaties plaats die via 8 digitale kanalen gevolgd konden worden. Het merendeel van de presentaties was technisch van aard en ging over geluid en trillingen, maar er waren ook virtuele koffiepauzes waar de deelnemers elkaar online konden ontmoeten en er waren presentaties van bedrijven en organisaties en online workshops. Er waren 14 Nederlandse technische presentaties.

Een typische congresdag startte om 06.00 uur in Washington (12.00 uur Nederlandse tijd) en eindigde in Washington om 20.40 uur (02.40 uur Nederlandse tijd). Het was soms dus even doorbijten.

Online

Het online gebeuren was strak geregeld. Alle deelnemers moesten hun presentatie vooraf opnemen en opsturen, en die video werd tijdens de sessie afgespeeld. Tijdens een sessie zaten de sprekers en de voorzitter samen in een Zoom vergadering. Deelnemers die de sessie wilden bijwonen, konden via de speciale congreswebsite voor de deelnemers meekijken met een videostream van de sessie. Interactie was alleen mogelijk via de chat, niet via de Zoom vergadering. De chat bevatte drie tabbladen: help, vragen en discussie. Deelnemers konden zo vragen stellen en onderling discussiëren. Tijdens de sessie kon je als spreker alleen mondeling deelnemen als er vragen werden gesteld over jouw presentatie en je kon vragen stellen aan de andere sprekers aan het einde van een presentatie. Communicatie met de overige deelnemers was alleen mogelijk via de chat. Iedere sessie werd geleid door een voorzitter die de vragen in goede banen moest leiden en de sprekers aan moest kondigen. Bij iedere sessie was er ook een technicus aanwezig die alle video’s startte en aangaf hoeveel tijd er nog was. En ja, hij kondigde dat ook mooi aan: “You are live in five, four, three, two, one,….” en dan mocht de voorzitter met zijn aan- of afkondiging beginnen.  

Even een video maken

Een video maken van je presentatie kan op een aantal manieren. De organisatie zorgde gelukkig voor een goede handleiding waarin duidelijk werd uitgelegd hoe je zo’n opname van je presentatie moest maken. Die handleiding helpt wel om het technisch uit te voeren, maar niet om een goede presentatie te geven. Je kon duidelijk verschillende stijlen in de video’s herkennen. Zo waren er de sprekers die hun uitgeschreven verhaal voorlazen of uit hun hoofd opzegden en dus (bijna) foutloos presenteerden. Andere sprekers vertelden hun verhaal meer spontaan en wilden nog wel eens struikelen over zinnen of gingen de verkeerde kant op met hun sheets, net als in een echte presentatie. En dan was er de groep met de “geplakte” video’s. Zij hadden duidelijk geknipt en geplakt in hun video. Op zich niks op tegen natuurlijk maar soms zag je dat opnamen duidelijk verschilden in tijd omdat schaduwen anders vielen of de spreker net op een andere positie zat. Een aantal presentatoren koos ervoor om hun presentatie echt live te doen. Vooraf opgenomen of live, sprekers die eigenlijk geen Engels spreken, blijven vaak moeilijk om te verstaan. Gelukkig boden de sheets en het artikel genoeg ondersteuning om ook hun verhalen te kunnen volgen.

De praktijk

In de praktijk liep deze online werkwijze behoorlijk goed. Dankzij de vooraf opgenomen presentaties heb ik geen tijdsoverschrijdingen meegemaakt en kon men het tijdschema strak volgen. Dat was prettig als je naar een andere sessie wilde op een ander kanaal. Binnen enkele seconden zat je in die andere sessie en dat is een groot voordeel ten opzichte van een live congres waarbij je je door de gangen haast, op zoek naar de juiste zaal en dan eigenlijk net te laat binnenkomt.

Iedere presentatie was maximaal 15 minuten en dan was er 5 minuten voor vragen. Maar het stellen van een vraag via de chat kost veel meer tijd dan een vraag uitspreken en je hebt geen interactie tussen vragensteller en beantwoorder. De soms kort en bondig geformuleerde vragen konden dus makkelijk verkeerd worden geïnterpreteerd en dan kreeg je een vreemd antwoord op je vraag. Bovendien leek het in sommige sessies of de voorzitter de vragen in de chat niet zag en dan werd je vraag gemist. Je kon als deelnemers een vraag punten geven. De vragen met de meeste punten kwamen bovenaan te staan. Dat hielp soms wel om een vraag te laten opvallen. Je kon ook je eigen vraag punten geven. Ik gaf mijn vragen dan ook standaard het maximum aantal punten. Helaas hadden meer mensen deze truc door.

In geen enkele sessies die ik heb bezocht, werd gebruik gemaakt van het discussieplatform. Het is wel lastig om schriftelijk te discussiëren en ondertussen een presentatie over een ander onderwerp te volgen. In sommige sessies werd de discussie door de deelnemers gebruikt om zich aan te melden zodat andere deelnemers konden zien wie in de sessie was. Je kon dat zo niet live zien en dat was jammer. Zo heb je geen idee voor wie je je verhaal nu hebt gehouden. In mijn eigen sessie (Railroad and Ground-Borne Noise, Part 2) bleken uiteindelijk ongeveer 15 deelnemers. De techneut van dienst kon dat namelijk wel zien.  

De speciale website voor de sprekers bood (en biedt) veel mogelijkheden om te zoeken en struinen door het uitgebreide programma. Je kon je eigen programma samenstellen door interessante presentaties een ster te geven en via “my experience” kreeg je dan een mooi geordend overzicht van alle presentaties die je wilde volgen. Via deze website kunnen sprekers en deelnemers ook alle artikelen downloaden die bij de presentaties hoorden.

Is digitaal het helemaal?

Nou, nee. Het biedt wel veel voordelen. Ik noem er een aantal: deelnemen kan vanuit je eigen luie stoel, geen kosten voor reizen en overnachten zodat het goedkoper is om deel te nemen en daarmee laagdrempeliger, lekker thuis in je eigen bed slapen, veel minder vermoeiend, snel tussen sessies kunnen schakelen en via de website een gestroomlijnd overzicht van alle sessies en achterliggende artikelen. Maar het grootste nadeel is toch wel het gebrek aan interactie. De grote charme van een congres buiten de deur is het contact met (internationale) vakgenoten en mensen net buiten je vakgebied die tijdens de lunch of het diner toevallig bij je aan tafel zitten. Daarnaast zijn er meestal excursies voor de deelnemers waarbij je op een andere manier kennis maakt met congresgenoten. Al die contactmogelijkheden miste ik toch wel. Nu deed ik ’s avonds het licht uit op mijn thuiskantoor  en was ik 5 seconden later in mijn woonkamer. Dat geeft toch net een ander gevoel dan dat je aan het einde van een congresdag de buitenlucht in een vreemde stad instapt.

Proceedings

Vanaf 12 augustus zijn de volledige proceedings digitaal beschikbaar. Daarmee zijn alle artikelen en de presentaties toegankelijk voor de deelnemers. Inter-Noise gemist? Geen nood. De organisatie biedt de mogelijkheid tot een “post-congress registration” voor $150. Daarmee heb je net als de sprekers maar tegen een lager tarief, ook toegang tot de proceedings en het grootste deel van de presentaties. De website blijft nog tot 5 oktober beschikbaar dus tijd genoeg om digitaal rond te neuzen.

In 2022 is Inter-Noise van 21 t/m 24 augustus in Glasgow. Dan hoop ik toch weer op een fysiek congres en een niet te natte Schotse zomer.

Websites: Internoise 2021, Internoise 2022