Gevolgen uitspraak RvS voor geluid windturbines

Een recente uitspraak van de Raad van State over een windturbinepark heeft gevolgen voor ruimtelijke inpassing, vergunningverlening en het toepassen van de regels in het Activiteitenbesluit. Voor geluid is daarover op dit moment het volgende bekend, zoals beschreven op de site van InfoMil.

Het bevoegd gezag moet de aanvaardbaarheid van de geluidniveaus van het park beoordelen. Bestaande onherroepelijke vergunningen en bestemmingsplannen blijven geldig. Vergunde windturbineparken hoeven dan ook niet te worden stilgezet.

Zie ook het jurisprudentie-artikel van deze maand.

WHO-richtlijnen

In 2018 heeft de World Health Organization (WHO) richtlijnen gepubliceerd, met een evaluatie van de kennis over geluidhinder van windturbines (opent in nieuw venster) (verwijst naar een andere website).

Hierin staat een ‘voorwaardelijke’ aanbeveling voor windturbinegeluid van 45 dB Lden. Voor de Lnight doet de WHO geen aanbeveling. Specifiek voor windturbines gaat het hierbij om een ‘voorwaardelijke’ aanbeveling van de WHO, omdat het wetenschappelijke bewijs voor een sterkere aanbeveling niet sterk genoeg werd geacht.

Hierbij geeft de WHO aan dat het resultaat van een afwegingsproces kan zijn om van de advieswaarde af te wijken. In dat verband geeft de WHO aan dat verder werk nodig is om de blootstelling aan omgevingslawaai van windturbines volledig te beoordelen. En om te verduidelijken of de potentiële voordelen van het verminderen van blootstelling aan omgevingslawaai voor personen die in de buurt van windturbines wonen, opwegen tegen de gevolgen voor de ontwikkeling van het beleid voor hernieuwbare energie in de Europese regio van de WHO.

Beoordelen van de geluidhinder

De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat start zo snel mogelijk alsnog met het opstellen van een milieueffectrapport. Het totale proces, inclusief wetgevingstraject, duurt naar verwachting 1,5 tot 2 jaar. Tot die tijd kunnen overheden de landelijke milieunormen voor windparken niet toepassen. In de tussentijd kunnen ze wel eigen normen vaststellen, maar die moeten ze dan nog goed onderbouwen, zo nodig met een eigen milieueffectrapport.

Bij het maken van een beoordeling over de te verwachten hindersituatie kan het bevoegd gezag de gegevens uit het TNO-rapport Hinder door geluid van windturbines (pdf, 227 kB) gebruiken. Ook de WHO baseert haar analyse voor een belangrijk deel op deze gegevens.

Daarnaast kan het bevoegd gezag een vergelijking maken met de mate van hinder die bij bestaande windturbineparken maximaal is toegestaan. In de praktijk tot nu toe zijn waarden tot 47 dB Lden geaccepteerd.

Uit de beschikbare gegevens over hinder kan opgemaakt worden dat deze waarden bij ongeveer 8 tot 9% van de omwonenden tot ernstige geluidhinder binnenshuis kan leiden. De geluidniveaus van 45 tot 47 dB Lden komen overeen met de niveaus die gangbaar zijn voor de geluidbronsoorten weg en rail.

Bron: InfoMil (1), (2), Commissie MER